De Europese Commissie presenteerde woensdag haar langverwachte visie op
kunstmatige intelligentie (AI), simpelweg Artificial Intelligence in
Europe genoemd. Om de achterstand op China, de VS, Canada en andere
landen in te lopen, is er veel extra geld nodig. Dat dit noodzakelijk
is, staat voor de commissie als een paal boven water: 'Net zoals de
stoommachine of elektriciteit in het verleden, verandert AI nu onze
wereld, onze maatschappij en industrie.'
Maar wat private
investeringen betreft loopt Europa achter. In 2016 werd er in Europa
tussen de 2,4- en 3,2 miljard aan AI uitgegeven, tegenover een bedrag
tussen de 6,5- en 9,7 miljard in Azië en maximaal 18,6 miljard in
Noord-Amerika. Daarnaast kwamen onder meer de VS - onder Obama - en
China al met ambitieuze AI-doelstellingen.
20 miljard
In de komende drie jaar verhoogt de Europese Commissie de investeringen met 1,5 miljard euro boven op de bestaande uitgaven; een verhoging met 70 procent. Dit geld moet onder andere besteed worden aan onderzoek en innovatie en aan gespecialiseerde AI-onderzoekscentra. Dit bedrag moet worden aangevuld tot een slordige 20 miljard via bijdragen van de afzonderlijke lidstaten en de private sector.
Europarlementariër Marietje Schaake
(D66/ALDE) reageert terughoudend op de plannen: 'Een Europese aanpak is
belangrijk in een sector waar de wereldwijde concurrentie moordend is.
Helaas mis ik een ambitieuze strategie in de gelanceerde plannen. Dit
zijn alleen voorzichtige eerste stappen.'
Om echt verschil te maken, is naast geld ook een grondig doordachte ethiek rondom AI nodig, stelt de commissie: niet alleen de maatschappij als geheel moet profiteren, ook de individuele burger. 'Om het vertrouwen te versterken, moet de burger begrijpen hoe de technologie werkt.' Het rapport signaleert, naast alle voordelen, ook risico's op het gebied van veiligheid of ingebakken vooroordelen in algoritmes, waardoor ongelijkheid in de maatschappij juist kan worden versterkt. Transparantie moet dus vooropstaan. Deze ethische kant moet overigens (later dit jaar) voor een belangrijk deel nog worden uitgewerkt.
Amsterdam
Vooruitlopend op het rapport presenteerde eerder deze week al een groep van zes instituten een plan om Europees toptalent op het gebied van AI te behouden. Deze groep, Ellis (European Lab for Learning and Intelligent Systems) genaamd, heeft eenmalig 600 miljoen euro nodig, plus jaarlijks 90 miljoen. Dit is nodig voor de oprichting van speciale AI-centra. Een ervan komt hoe dan ook in Amsterdam, op het Science Park. De gemeente verklaarde al eerder 4 miljoen bij te dragen aan dit excellentiecentrum.
Maar dat is lang niet genoeg, zegt Max Welling, hoogleraar machine learning en een van de initiatiefnemers: net als de andere vijf heeft Amsterdam 100 miljoen nodig. Het grote probleem is het behouden van talent, aldus Welling. 'We leiden in Nederland erg goed op, maar daarna lonkt het grote geld en vertrekken onze talenten naar de grote techbedrijven in de VS.' Om dit te doorbreken, is zo'n excellentiecentrum nodig, aldus Welling.
'We moeten die mensen wat kunnen bieden, we moeten onze
talenten meer ruimte bieden.' Dat betekent dat ze, naast onderwijs, ook
de vrijheid krijgen om commerciële activiteiten te ontplooien. Welling,
zelf ook werkzaam bij de Amerikaanse halfgeleiderfabrikant Qualcomm,
ziet hierbij een belangrijke rol voor het bedrijfsleven weggelegd: 'De
internetgiganten moeten hiernaartoe komen, maar evengoed moet het
Nederlandse bedrijfsleven investeren.' Als dat lukt, kan het schaarse
AI-talent volgens Welling blijven.
Het centrum in Amsterdam wordt donderdag geopend.