Sinds het verdrag in Lissabon is de Europese Commissie bevoegd om investeringsverdragen te sluiten namens de Europese Unie en dus namens de lidstaten. In investeringsverdragen zit vaak een investeerder-staat geschillenbeslechtingsmechanisme, het zogenaamde investor-to-state dispute settlement system, kortweg ISDS. Dit mechanisme is omringd door vragen en controverse.
De basis is dat een dergelijke clausule investeerders van beide kanten van een verdrag de mogelijkheden moet geven om compensatie te zoeken als ze vinden dat de termen van het verdrag geschonden worden of als ze oneerlijk behandeld worden door een staat. Critici van ISDS vrezen dat dit mechanisme de ruimte voor overheden om wet- en regelgeving te maken beperkt, omdat ze zullen vrezen voor schadeclaims. Bovendien wordt er vaak, terecht, gewezen op de ondoorzichtigheid van de procedures.
Voorheen werden investeringsverdragen door lidstaten afgesloten en eventuele ISDS-zaken dus ook nationaal afgehandeld. Maar nu er ook verdragen worden gesloten door de EU, kan er ook een zaak gestart worden op basis van Europese wetgeving of verdragen. We hebben dus nieuwe regels omtrent afhandeling van dit soort zaken nodig en vooral om de kostenverdeling te maken.
Vandaag stemt de internationale handelscommissie van het Europees Parlement over een nieuw raamwerk om duidelijkheid tussen EU en lidstaten te geven, en later deze week zal het voltallige Parlement daar over stemmen. De voornaamste inhoudelijke punten van dit raamwerk zetten uiteen wanneer de EU en wanneer een lidstaat optreed als respondent in een zaak, en wie van de twee de eventuele kosten zou moeten dragen. Als de zaak wordt gevoerd op basis van EU wet- of regelgeving is het logisch dat de EU als respondent optreedt, als het gaat om nationale wetgeving doet de lidstaat dat. De volledige technische aspecten van de nieuwe afspraken , zoals aangenomen door het Parlement, kan hier gelezen worden (in het Engels).
Het gaat hier dus puur om het juridische kader en de verhouding tussen de EU en de lidstaten, niet over de inhoud van het omstreden ISDS mechanisme of wanneer bedrijven daar wel of niet aanspraak op zouden kunnen maken. In de tekst wordt wel, als politiek signaal, vastgesteld dat ISDS de ruimte van overheden om regels te maken niet mag beperken. Dit standpunt deelt D66. De bredere discussie over ISDS wordt niet binnen dit dossier gevoerd. De laatste tijd wordt vooral naar het EU-VS vrijhandelsverdrag gekeken als het gaat om ISDS.
Maar ISDS is niet nieuw, er zijn al ongeveer 1400 bilaterale investeringsverdragen tussen Europese lidstaten en derde landen. De vraag is of dit kan verbeterd en hoe. De Commissie is in reactie op allerlei vragen uit Europees Parlement en samenleving begonnen met een online publieksconsultatie over het opnemen van ISDS in dit verdrag en welke vorm het al dan niet zou moeten krijgen. Het document waar we vandaag over stemmen is belangrijk om de verantwoordelijkheden van lidstaten en EU vast te leggen, om te zorgen dat de eventuele rekening niet bij de verkeerde neer wordt gelegd. Ook voor tegenstanders van ISDS een belangrijk punt.