D66-Europarlementariër Marietje Schaake gaat een Europese strategie voor internetvrijheid in de wereld maken. Ondertussen weet Europa zelf nog niet hoe vrij het vrije internet mag zijn.
Door Ruben Eg, 19.1.2012
Europa worstelt met het vrije internet. Het pleit enerzijds voor, maar wil anderzijds de data van miljoenen Facebookgebruikers opslaan en downloadsites als The Pirate Bay afsluiten. D66-Europarlementariër Marietje Schaake gaat voor het Europees Parlement een parlementair onderzoek naar internetvrijheid leiden. Een dag na haar benoeming ging de Engelstalige versie van Wikipedia op zwart, uit protest tegen Amerikaanse overheidsplannen internetvrijheden aan banden te leggen. Het Congres wil vanuit de VS websites die auteursrechten schenden mondiaal kunnen platleggen. Volgens de gratis internetencyclopedie is dit het begin van verregaande internetcensuur. Vorig jaar gooide Wikipedia zijn Italiaanse versie al op zwart vanwege een censuurplan van de toenmalige premier Berlusconi. Schaake hoopt dat het nieuwe Wikipedia-protest, dat wordt gesteund door andere grote technologiebedrijven als Google en Mozilla, de beleidsmakers in de VS op andere gedachten brengt: “We moeten ons in Europa ook zorgen maken over dit draconische middel. Met deze maatregel komt de arm van de Amerikaanse wetgeving voor de zoveelste keer Europa binnen.“
Wat is jouw opdracht van het Europees Parlement?
Mijn doel is Europa in het buitenlands beleid wereldleider te maken op het gebied van internetvrijheid. We moeten van reactief naar proactief en leidend gaan. Vorig jaar zagen we hoe de export technologieën mensenrechten kunnen bevorderen. Maar er moet ook duidelijk handelsbeleid komen over de export van technologieën naar landen als Syrië en Iran.
Wringt het niet dat Europa intern twijfelt over internetvrijheden?
Onze geloofwaardigheid in de wereld hangt natuurlijk direct af van hoe we het eigen huis op orde hebben. Wel is het op buitenlands beleid appels met peren vergelijken. In Syrië heeft de overheid proactief met virussen ingebroken in e-mail- en social media-accounts van mensen. In Iran worden mensen gemarteld om wachtwoorden van hun accounts. Wel kan en moet het in Europa veel beter. Dat is essentieel voor het beschermen van rechten van Europese burgers, maar ook voor de geloofwaardigheid.
De pot verwijt de ketel, zullen mijnheer Ahmadinejad en al-Assad zeggen. Europa bespiedt zijn burgers ook.
Dat argument is pijnlijk. Premier David Cameron wilde na de straatrellen in Engeland bepaalde chatprogramma’s op smartphones verbieden. Hij wilde niet dat schoffies zich via pingen organiseerden. Er kwamen vrijwel direct felicitaties uit China en Iran, die wel ervaring hadden met het neerslaan van relletjes en hulp konden bieden. Daarna bleek weer dat de gegevens uit tekstberichten en foto’s juist heel handig was om jongens die in winkels hadden ingebroken snel te identificeren. We worstelen in Europa dus wel eens met de balans.
Moet er geen standaardbeleid zijn voor Europese technologiebedrijven? Dus dat Vodafone zich tijdens de opstand in Egypte niet voor het karretje van de regering laat spannen?
Er is te weinig overleg tussen overheden en bedrijven. Het geval-Vodafone is daar een goed voorbeeld van. Zij zeggen onder druk te zijn gezet. Maar ik zou wel eens willen weten wat er was gebeurd als ze EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton hadden gebeld. En dat Ashton had gezegd: handen af van dit Europese bedrijf.
Het zegt toch genoeg dat er niet even naar Brussel is gebeld?
Dat is nu juist het probleem. Dit moet veel beter op elkaar worden afgestemd. Over de export van technologie moeten goede afspraken worden gemaakt. Bedrijven moeten bij de EU kunnen toetsen hoe de stand van zaken in een land is voor ze gaan bieden op een opdracht. En niet dat de Duitse concurrent niet op zijn vingers wordt gekeken en de Nederlandse wel.
Een softwarebedrijf weet toch donders goed wat een regime met zijn technologie uithaalt?
Bedrijven weten vaak heel goed wat er gebeurt. Daar moeten we ze ook verantwoordelijk voor kunnen houden. Wij moeten zorgen dat ze zeker weten hoe het zit met de mensenrechtensituatie in een land voor ze gaan handelen. Ze leiden agenten ook vaak op om met de technologie om te gaan. We moeten daarom met hardere maatregelen komen om transparantie af te dwingen.
Wanneer gaan we iets zien en merken van jouw werk?
Er moet een kader komen waarin de fundamentele rechten van mensen voorop staan en ruimte laat voor ontwikkeling van technologie. In Nederland spreken we nog over downloaden, terwijl het meer over streamen gaat. Ik hoop dat in de zomer het Europees Parlement over de resolutie kan stemmen.