Tussen de machtsblokken en opkomende landen maakt Europa geen vuist met 27 economieën, 27 regeringen en 27 diplomatieke diensten.
Het Nederlands belang voorop. Minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken laat geen gelegenheid onbenut om te benadrukken dat ons eigenbelang zijn belangrijkste uitgangspunt is. Dat zal deze week bij de behandeling van zijn begroting in de Tweede Kamer niet anders zijn. Die beperkte visie komt hem op veel kritiek te staan. Om onze belangen in het buitenland en in grote multilaterale organisaties beter te behartigen, zou Rosenthal er goed aan doen zich sterk te maken voor een betere en goedkopere vertegenwoordiging van Nederland in het buitenland via nieuwe Europese diplomatie.
Veel Nederlandse ambassades zijn over een tijd niets meer dan heilige huisjes. In veel landen is het niet langer nodig dat alle 27 lidstaten van de Europese Unie (EU) een volwaardige vertegenwoordiging hebben naast een EU-ambassade die ook paspoorten en visa kan uitgeven, consulaire bijstand kan bieden of rapportages kan maken. Economische en handelsbelangen zijn al steeds meer Europees versmolten, gezamenlijk optreden is juist geboden. En gelukkig zijn mensenrechten een Europese prioriteit. Dat compenseert het sinds het aantreden van dit kabinet gebrek aan Nederlandse inzet op dit gebied.
De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) is sinds 1 januari 2011 operationeel en bestaat nu uit 3.750 diplomaten. Ter illustratie: de 27 lidstaten hebben gezamenlijk ruim 90 duizend diplomaten in dienst, wat in totaal 7,5 miljard euro per jaar kost. Als de lidstaten besluiten het aantal EU-diplomaten in 2030 te verdrievoudigen (tot 11 duizend man) en het aantal nationale diplomaten met een kwart te verminderen, levert dit de EU-lidstaten bijna 1 miljard euro per jaar op. De EDEO is in dat scenario van vergelijkbare omvang als de huidige diplomatieke diensten van Frankrijk, Engeland of Duitsland. De kosten zijn per Europese burger ongeveer 4 euro per jaar.
Wat krijgt die burger daarvoor terug? Een bescheiden dienst van hoge kwaliteit met een duidelijk takenpakket. Een diplomatieke dienst waarbij gedeelde Europese posten gedeelde Europese waarden reflecteren. Ambassades waar alle 500 miljoen Europese burgers terechtkunnen en waar een ondernemer uit Shanghai direct het hele Europese plaatje ziet in plaats van 27 concurrerende investeringskansen.
De EU betaalt veel aan internationale organisaties als de Verenigde Naties, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Raad van Europa, zonder dat ze daar evenredig grote invloed voor terugkrijgt. Vaak zijn de EU-lidstaten afzonderlijk volwaardig lid en hebben alleen zij stemrecht. Soms is er sprake van gedeelde bevoegdheden die tot ruis en onduidelijkheid leiden. Een enkele keer is de EU zelf ook volwaardig lid, maar altijd samen met en niet in plaats van de 27 lidstaten. De BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) handelen daadkrachtiger en eisen dan ook steeds meer een plek op. Hun inwoneraantal en economisch gewicht rechtvaardigen dat ook. Ter illustratie: in 2050 woont minder dan 5 procent van de wereldbevolking nog maar in Europa.
Bevinden we ons niet in de nadagen van de natiestaten? Wordt deze eeuw niet de eeuw van de continenten? Tussen economische machtsblokken als China en de Verenigde Staten, en met opkomende economieën als Brazilië en India, maakt Europa geen vuist met 27 economieën, geregeerd door 27 regeringen, gecontroleerd door 27 parlementen en met 27 diplomatieke diensten. Verscheidenheid is prachtig, maar verdeeldheid is funest.
Belangrijke zaken zoals de inrichting van het internationale financiële systeem (IMF), handelsafspraken (WTO), klimaatonderhandelingen (Cancun) of veiligheidsvraagstukken (VN) zijn grensoverschrijdend. En vragen dus om een Europese aanpak. Binnen het IMF verloren de lidstaten vorig jaar veel stemmen aan de opkomende economieën, maar werd de EU toch een eigen stem ontzegd. Ook binnen belangrijke VN-organen taant de invloed van de EU.
Een stevige EU-zetel in plaats van 28 klapstoeltjes is daarom hard nodig. Vorig jaar stelde D66 al voor om de EU en India een permanente zetel in de VN Veiligheidsraad te geven. Groot-Brittannië en Frankrijk zouden dan hun zetel verliezen, maar de Raad als geheel zou representatiever en slagvaardiger worden.
Binnen de internationale organisaties is Nederland sterk onderdeel van Europa: een vorm van ‘nieuwe soevereiniteit’ op het internationale toneel. Daarvoor is een compacte diplomatieke dienst nodig met een helder mandaat. Met meer waarde voor ons geld. Ook voor Nederland. Want in die nieuwe diplomatieke realiteit dient de EU het Nederlandse belang veel beter. En het is nog goedkoper ook. Dat zal minister Rosenthal aanspreken.
ALEXANDER PECHTOLD is voorzitter van de D66-fractie en buitenlandwoordvoerder in de Tweede Kamer. MARIETJE SCHAAKE zit voor D66 in het Europees Parlement