Europese regelgeving? Klinkt suf, maar zorgt er wel voor u dat als abonnee van Netflix of Spotify binnenkort in de hele EU kunt genieten van hetzelfde aanbod en dat mobiel internetten in het buitenland een stuk goedkoper wordt. Wie wil weten wat er over een paar jaar aankomt, moet naar de huidige voorstellen
kijken. Momenteel wordt in Brussel druk onderhandeld over twee controversiële plannen: de linktaks en het uploadfilter. Beide zijn onderdeel van de nieuwe Europese auteursrechtwetgeving. Wat zijn dit voor voorstellen?
Vriend en vijand zijn het erover eens dat nieuwe auteursrechtwetgeving hard nodig is. De huidige stamt uit 2001. Dat is in internettermen de oertijd. Om een beeld te schetsen: de populairste bestemmingen in die tijd waren sites als MSN, Yahoo, AOL en Excite. In Nederland maakte Startpagina de dienst uit en was een site als Kaartenhuis.nl groter dan Nu.nl. En Google? Bestond al wel, maar moest nog zijn meerdere erkennen in zoekmachines als AltaVista, Hotbot of - in Nederland - Ilse. Facebook, YouTube, Twitter, Snapchat, Instagram? Non-existent, evenals smartphones of tablets.
Hoog tijd dus voor regelgeving die rekening houdt met de moderne praktijk. Nu hebben internetters nog te maken met zogenoemde geoblokkades. De blokkades van Netflix en Spotify zijn binnenkort opgeheven, maar dat geldt niet voor bijvoorbeeld de livestream van het NOS Journaal, die in het buitenland niet op een laptop mag worden bekeken. Doel is Europese internetters niet meer tegen allerlei beperkingen te laten aanlopen als gevolg van de verschillende nationale regels. Tot zover niets aan de hand. Maar er zitten addertjes onder het gras.
Artikel 11: 'de linktaks'
Tegenstanders hebben het graag over
de 'linktaks'. Dat bekt lekker, maar klopt niet helemaal. Partijen die
winst maken op het werk van anderen moeten belast worden, is het idee.
Denk hierbij vooral aan Facebook en Google.
Het
probleem is bekend. Oude media hebben de laatste jaren hun
advertentie-inkomsten voor een deel zien verdampen. Met lede ogen zien
zij aan dat partijen als Facebook en Google ervandoor zijn gegaan met de
advertentie-euro's. De restjes mogen worden verdeeld onder de
uitgevers, terwijl juist zij veel tijd en geld spenderen aan het maken
van artikelen die deels ook op Facebook en Google verschijnen, zonder
dat die daar enige moeite voor hoeven te doen.
En dus moet er een einde komen aan deze praktijk. Artikel 11 voorziet
in een verbod op de paar regels tekst (de 'snippet', in vakjargon) die
bijvoorbeeld Google laat zien bij een zoekopdracht. Een woordvoerder van
de Europese Commissie verwoordt het zo: 'Het gaat om een balans tussen
enerzijds betere toegang tot content en aan de andere kant eerlijke
vergoedingen voor de inspanningen van uitgevers.'
Klinkt logisch, toch? Nee, zegt
Marietje Schaake, europarlementariër van D66. 'Natuurlijk hebben
uitgevers legitieme zorgen over dalende inkomsten. Maar in Duitsland en
Spanje mislukte de invoering van het uitgeversrecht. Laten we daarvan
leren en het auteursrecht in Europa moderniseren in plaats van strenger
maken. Juist in tijden van onlinepropaganda en nepnieuws is het
belangrijk dat informatie zonder extra beperkingen gedeeld kan worden.'
Volgens Schaake slaagt de Europese Commissie er niet in de modernisering
van het auteursrecht vorm te geven. 'Het voorstel leest als een
verlanglijstje van industrieën wier verdienmodellen op de helling komen
te staan door nieuwe onlineconcurrenten. Copyrightwetgeving moet
creativiteit verder stimuleren en belonen en mensen op een gemakkelijke
manier toegang geven tot onlinecontent.'
Opvallend genoeg vinden tegenstanders als Schaake nu ook 'oude bomen' als de Spaanse krant El País aan hun zijde. De krant wijst er fijntjes op dat de maatregelen in Duitsland uit 2013 waarbij Google werd verplicht te betalen voor het doorlinken een averechts effect hadden. Google stopte met het linken naar nieuwsbronnen, waarna het verkeer naar Duitse nieuwssites stokte. Ook in Spanje was het geen succes. El País zegt in het digitale tijdperk juist mogelijkheden te zien om meer mensen te bereiken.
Artikel 13: 'het uploadfilter
Bedrijven als YouTube, Soundcloud
of Facebook moeten samen met de rechthebbenden (lees: de
muziekindustrie) maatregelen nemen die het uploaden van filmpjes of
muziek waarop auteursrechten berust tegenhouden. Ook dat klinkt prima,
toch? Ehm, nee, zegt Rejo Zenger van Bits of Freedom, de organisatie die
opkomt voor internetvrijheid. Zenger is bang dat de context waarin
bepaalde beelden zijn gemaakt wegvalt. 'Denk aan parodieën. Ook die
zullen de automatische filtersystemen tegenhouden omdat ze niet als
zodanig worden herkend.' Om problemen te voorkomen zullen YouTube en
consorten aan de veilige kant gaan zitten, vreest Zenger. Het gevolg: er
wordt meer tegengehouden dan wenselijk is.
Burgerrechtenorganisaties, academici en een groot aantal technologiebedrijven
(waaronder Apple, Google, Facebook en Microsoft) hebben inmiddels open
brieven gestuurd waarin ze ageren tegen de voorstellen. Ook Schaake
vreest dat legale uitzonderingen op het auteursrecht, zoals parodieën,
zullen sneuvelen. 'Onze vrijheid van meningsuiting moeten we altijd
beschermen. Een geautomatiseerde internetpolitie, die zonder toezicht
berichten offline haalt, is zeer onwenselijk.' Bijkomend probleem is
volgens Schaake dat die geavanceerde filters alleen te betalen zijn door
de grote partijen.
De voorstellen - inclusief mogelijke wijzigingen - worden in verschillende vakcommissies van de lidstaten en van het Europees Parlement besproken, waarna het parlement vermoedelijk voor het eind van dit jaar over de eindtekst zal stemmen. Daaruit volgt dan een richtlijn die uiteindelijk vertaald moet worden naar nationale wetgeving. De komende jaren kunt u uw parodieën dus nog wel even uploaden.