Het Noord-Koreaanse regime verdient zeker 1 miljard euro per jaar door dwangarbeiders over de hele wereld aan het werk te zetten. Dat gebeurt ook in de Europese Unie, maar Europa lijkt er weinig tegen te ondernemen.
Mensen die zichzelf voor een paar tientjes per maand afbeulen op een scheepswerf en in hun schaarse vrije uurtjes de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un moeten vereren. In Polen? Europa? 'We weten dat het gebeurt en toch zijn onze handen gebonden', zegt Europarlementariër Agnes Jongerius (PvdA). 'Dat kán natuurlijk niet.'
Terwijl de internationale gemeenschap zich in toenemende mate zorgen maakt over de rakettesten die Noord-Korea uitvoert, verdient het regime zeker 1 miljard euro per jaar door dwangarbeiders over de hele wereld aan het werk te zetten. Dat gebeurt op grote schaal in Rusland en China,maar ook binnen de Europese Unie - wat zelfs extra aantrekkelijk is omdat daar hogere salarissen worden verdiend, die het regime grotendeels in eigen zak steekt.
De praktijk is al geruime tijd
bekend, anderhalf jaar geleden schreven de Verenigde Naties er een
rapport over, maar Europa lijkt er weinig tegen te ondernemen. 'Het is
echt superfout', zegt Jongerius. Ze stelde er anderhalf jaar geleden met
partijgenoot Kati Piri al vragen over, maar de Europese Commissie
'houdt de boot af'. 'Dwangarbeid mag niet, maar het is aan de lidstaat
zelf om dit te handhaven', legt ze uit. 'Helaas stelt Polen dat er niets
aan de hand is en dan wordt het voor Brussel erg lastig om een volgende
stap te zetten.'
'Ongelofelijk', vindt hoogleraar Koreastudies Remco Breuker. Toen de eerste berichten over Noord-Koreaanse dwangarbeid in de EU bekend werden, stelde hij een onderzoeksgroep samen om de misstanden in kaart te brengen. Vorig jaar zomer kwam zijn eerste rapport uit, dat zich richtte op de situatie in Polen, nu kijkt de groep naar de rest van de Europese Unie en andere landen die de conventies van de International Labour Organisation hebben ondertekend.
Ook in Nederland
'In Nederland is het vermoedelijk
heel kleinschalig aan de hand geweest in twee restaurants', vertelt
Breuker op zijn werkkamer van de Universiteit Leiden. 'Verder weten we
dat er op Malta gebruik is gemaakt van Noord-Koreaanse dwangarbeiders,
kijken we naar Oost-Europa, waar van oudsher goede banden zijn met
Pyongyang, en krijgen we tegenstrijdige informatie uit Duitsland.' Harde
cijfers zijn moeilijk te geven, maar Breuker schat dat er in de hele EU
enkele duizenden Noord-Koreanen aan het werk zijn, waarvan het grootste
deel in Polen.
'Noord-Korea is het grootste illegale
uitzendbureau ter wereld', zegt hij. 'Mensen melden zich in zekere zin
vrijwillig, omdat ze in het buitenland meer geld hopen te verdienen.
Daarna volgt een selectie: hoe gezond zijn de kandidaten en kan de
vluchtkans klein worden gehouden omdat er een gezin achterblijft?'
Opvallend is dat mensen met een 'goede partijachtergrond' vaak naar
prettige landen zoals Polen gestuurd worden. Van iedereen die Breuker in
Polen heeft kunnen identificeren, was 75 procent lid van de partij,
waar dat in Noord-Korea zelf slechts 15 procent is. Het kleine boertje
dat zich meldt voor een buitenlands avontuur kan gaan houthakken in
Siberië.
Ondertussen zorgt een aantal
detacheringsbureaus in Polen (die voor 50 procent in handen zijn van een
Noord-Koreaan) voor klussen, waarna mensen met keurige legale
contracten aan de slag kunnen in de tuinbouw of op een scheepwerf. De
paspoorten blijven bij het bureau in de kluis, wat volgens Breuker op
mensenhandel wijst. Bovendien heeft de Poolse arbeidsinspectie meerdere
malen gerapporteerd dat de arbeidsomstandigheden tegen alle regels
indruisen en is er in 2014 één Noord-Koreaanse lasser op de scheepswerf
van het bedrijf Crist om het leven gekomen, mede omdat hij geen
beschermende kleding droeg. Crist kreeg overigens, net als enkele andere
Poolse bedrijven die met Noord-Koreanen werken, Europese subsidies. Op
de werven van Crist worden ook Navo-schepen onderhouden.
De arbeider houdt uiteindelijk tussen de 60 en 140 euro per maand over en de rest van zijn salaris gaat naar de staat. 'Het is meer dan ze in Noord-Korea verdienen', zegt Breuker, 'en de omstandigheden zijn daar nog veel slechter. Bovendien krijgen ze overzee gegarandeerd drie maaltijden per dag. Daar zijn ze erg tevreden mee.'
Buitenlandse valuta
De dwangarbeiders leveren het
regime in Pyongyang jaarlijks tussen de 1 en 2 miljard euro op en dat is
zeer welkom omdat veel andere bronnen van buitenlandse valuta door de
sancties zijn opgedroogd. Het is voor Breuker een extra reden om niet te
begrijpen waarom er niet wordt ingegrepen. 'Er zijn ook in Nederland
Kamervragen over gesteld, maar de antwoorden waren onvolledig en
onjuist. Zo is Polen volgens onze regering in 2016 gestopt met het
verstrekken van visa aan Noord-Koreanen, maar dat klopt niet. Ons
rapport lijkt nauwelijks geraadpleegd. En aan wie is door het ministerie
wel om informatie gevraagd? Aan degenen die wij verdenken van
mensenhandel.'
Desgevraagd stelt het ministerie van
Buitenlandse Zaken dat het kabinet zich 'terdege bewust is van de
zorgelijke positie van Noord-Koreaanse arbeidsmigranten' en dat het
onderzoek van Breukers team juist aanleiding is geweest 'voor extra
inspanningen'. Het ministerie zegt 'deze problematiek ook in EU-verband
herhaaldelijk aan te kaarten'.
'De crux is om
de dwangarbeid en de veiligheidsproblemen rond Noord-Korea met elkaar in
verband te brengen', zegt Marietje Schaake, Europarlementariër voor
D66. Zij heeft vorige maand (los van Jongerius en Piri) vragen over
dwangarbeiders gesteld aan de Commissie: hoe is het mogelijk dat
Pyongyang ondanks de sancties miljoenen euro's verdient binnen de EU en
welke maatregelen worden er genomen om dit te stoppen? Schaake heeft nog
geen antwoord gekregen, 'dat duurt altijd wel even in Brussel', maar ze
hoopt op meer politiek initiatief om de problemen steviger aan te
kaarten. 'De druk moet worden opgevoerd. We moeten er meer aan doen.'