Op naar Europese Magnitsky-wet

Op-ed
Marietje

Soms is een naam meer dan slechts een verzameling woorden. Dat is het geval bij Sergei Magnitsky. Zijn naam is wereldwijd synoniem met de strijd tegen mensenrechtenschendingen. Zijn geloof in de rechtsstaat en zijn bereidheid zichzelf daarvoor op te offeren, hebben mensenrechtenverdedigers in elke uithoek van de wereld geïnspireerd. De wetten die zijn naam dragen, maken dat mensenrechtenschenders niet onbestraft blijven. Hun daden krijgen door de Magnitsky-wetgeving serieuze consequenties.

De Russische advocaat Sergei Magnitsky werd in 2009 op 37-jarige leeftijd vermoord als gevolg van zijn gevecht tegen de corruptie van de regering-Poetin. De wijze waarop de Russische overheid heeft geprobeerd zijn moord in de doofpot stoppen en daders te beschermen, betekende het startpunt van een wereldwijde strijd tegen straffeloosheid en corruptie.

Rohingyas

Het belangrijkste wapenfeit van deze strijd zijn de Magnitsky-wetten. Door die wetgeving kunnen we reisverboden opleggen aan mensenrechtenschenders en hun banktegoeden bevriezen. In de 21ste eeuw worden mensenrechtenschendingen doorgaans gedreven door eigen financieel gewin. Mensensmokkelaars, corrupte overheidsfunctionarissen en wapenhandelaars: het zijn verdienmodellen waarbij het de daders om het geld gaat. Door achter het geld van die daders aan te gaan en hen te verbieden voet op Europese bodem te zetten, kunnen we eindelijke serieuze consequenties verbinden aan daden die anders straffeloos bleven. Zoals het nu gaat, kan het niet langer. Straffeloosheid lijkt soms de norm, of het nu gaat om de generaal in Myanmar die Rohingyas opjaagt, om wapenhandelaren die het wapen­embargo tegen Zuid-Soedan negeren, om verkrachters in de Centraal-Afrikaanse Republiek of om de moordenaars van journalist Jamal Khashoggi uit Saudi-Arabië.

Straffeloosheid van dergelijke misdaden tegen kunnen gaan is waarom Magnitsky-wetten een wereldwijde inslag kennen. Mensenrechtenschenders in Saudi-Arabië, Nicaragua, Zuid-Soedan, Myanmar en andere landen worden op dit moment al geconfronteerd met Magnit­sky-sancties uit zes landen: de VS, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Estland, Letland en Litouwen.

Het is beschamend dat de Europese Unie nog niet in dat rijtje staat. We kunnen niet achterblijven. Wij moeten nu ook doortastend handelen en een Europese Magnitsky-wet aannemen. Deze zomer kwam de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, op verzoek van D66 en CDA, met een concreet voorstel daartoe. Dat ligt nu ter overweging bij andere Europese partners en komt maandag ter stemming. De opzet behelst precies wat nodig is: de mogelijkheid om wereldwijd sancties op te leggen. Slechts één ding ontbreekt: de naam Magnitsky. De naam waarmee het allemaal begon, de naam die zoveel meer betekent, staat nog niet boven dit voorstel.

Waarom dat het geval is, blijft onduidelijk. Sommigen beweren dat de naam Magnitsky de benodigde unanieme goedkeuring voor dit soort voorstellen moeilijker zou maken. Sommige lidstaten zouden meer sympathie voor Poetin hebben dan andere. Wij geloven niet dat Europese lidstaten mensenrechtenwet­geving zullen vetoën, simpelweg vanwege een naam. Hoe de onderhandelingen ook aflopen, wij zullen het altijd de Europese Magnitsky-wet noemen.

Tegen straffeloosheid

Het Europees Parlement heeft al in 2014 voorgesteld om de mensen die verantwoordelijk zijn voor de moord op Magnitsky een visumverbod op te leggen en hun tegoeden te bevriezen. Slechts enkele lidstaten hebben dit voorstel overgenomen. De Europese Raad heeft nagelaten op te treden, maar nu komt dit initiatief eindelijk in een stroomversnelling.

Maandag komen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken bijeen om het Nederlandse voorstel te bespreken en erover te stemmen. Dat voorstel verdient alle steun. Slechts één tegenstem kan al voldoende zijn om het te torpederen. Dat is waarom 44 parlementariërs uit 18 EU-lidstaten onze overheden oproepen om de Europese positie als verdediger van mensenrechten en internationaal recht wereldwijd eer aan te doen. Dat is waarom we onze ministers vragen maandag vóór een Europese Magnitsky-wet te stemmen, die wereldwijd geldt. We roepen hen op straffeloosheid wereldwijd te bevechten. Een betere manier om de 70ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens te vieren is er niet.

Ondertekend door (Euro)parlementsleden:

Michael Aastrup-Jensen (Denemarken), Boriana Aberg (Zweden), Ian Austin (Verenigd Koninkrijk), Petras Auštrevicius (Litouwen), Fernando Maura Barandiarán (Spanje), Janis Bordans (Letland), Tom Brake (Verenigd Koninkrijk), Chris Bryant (Verenigd Koninkrijk), Mireille Clapot (Frankrijk), Cristian Dan Preda (Roemenië), Esther de Lange (Nederland), Mark Demesmaeker (België), Anna Fotyga (Polen), Cristian Ghinea (Roemenië), Ana Gomes (Portugal), Helen Goodman (Verenigd Koninkrijk), Rebecca Harms (Duitsland), Margaret Hodge (Verenigd Koninkrijk), Gunnar Hokmark (Zweden), Eva Joly (Frankrijk), Sandra Kalniete (Letland), Tunne Kelam (Estland), Stephen Kinnock (Verenigd Koninkrijk), Stephanie Krisper (Oostenrijk), Eerik-Niiles Kross (Estland), Catherine Murphy (Ierland), Delphine O (Frankrijk), Pieter Omtzigt (Nederland), Lilianne Ploumen MP (Nederland), Adrian Prisnel (Roemenië), Roberto Rampi (Italië), Norbert Röttgen (Duitsland), Bob Seely (Verenigd Koninkrijk), Manuel Sarrazin (Duitsland), Petri Sarvamaa (Finland), Marietje Schaake (Nederland), Charles Tannock (Verenigd Koninkrijk), Indrek Tarand (Estland), Bram van Ojik (Nederland), Guy Verhofstadt (België), Joël Voordewind (Nederland), Manfred Weber (Duitsland), Emanuelis Zingeris (Litouwen).