Parlementaire vragen
12 april 2011 E-003637/2011
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord
aan de Commissie
Artikel 117 van het Reglement
Marietje Schaake (ALDE) en Edward McMillan-Scott (ALDE)
Betreft: De inadequate reactie van de EU op het gebruik van geweld in Bahrein
Op 22 februari 2011 hielden meer dan 100 000 Bahreini een vreedzame bijeenkomst in de hoofdstuk Manama, waarbij zij opriepen tot hervormingen voor meer individuele vrijheden en tot een dialoog hierover met hun regering. Hun oproep werd beantwoord met de inzet van 1 500 manschappen van de zogenaamde „Peninsula Shield Forces”, gestuurd door Saudi-Arabië en de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC), en met het bruut neerslaan van de demonstratie op 16 maart 2011. Ongewapende burgers werden aangevallen, demonstranten werden gedood en er zijn nog steeds tientallen vermisten. De berichtgeving wijst op een patroon van aanvallen tegen gewonden, artsen, verpleegkundigen en paramedici ingezet om de gewonden te behandelen. Volgens berichten zouden de autoriteiten van Bahrein het systematisch hebben gemunt op demonstranten en omstanders die bij demonstraties tegen de regering gewond zijn geraakt. Zij zouden hen tot doelwit maken van pesterijen en mishandeling waarbij de slachtoffers in sommige gevallen zelfs essentiële medische behandelingen worden ontzegd. Op 17 maart 2011 meldde de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger zelf dat beveiligingspersoneel volgens vele berichten aanhoudend geweld gebruikt. De EU en de internationale gemeenschap deden echter niets. In zijn conclusies van 21 maart 2011(1) over Bahrein roept de Raad nota bene de demonstranten op zich van doelbewuste intimidatie te onthouden. Op 22 maart 2011 nam Robert Cooper, EU-gezant van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), in het Europees Parlement een standpunt in ten aanzien van de gewelddaden, waarbij hij te kennen gaf dat de uitzonderlijke aard van de recente gebeurtenissen een deel van het probleem vormt, omdat... het niet eenvoudig is grote demonstraties waarin geweld kan ontstaan in goede banen te leiden en de politie zich voor een moeilijke taak gesteld ziet; het is niet iets waar landen in het Westen altijd even goed zicht op hebben en ongelukken gebeuren nu eenmaal(2). De conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over Bahrein werden bevestigd op de EU-top van 25 maart 2011, maar tegelijkertijd werden op diezelfde top de escalatie van het geweld en het gebruik van geweld tegen demonstranten in Bahrein krachtig veroordeeld. De inconsistente signalen die de EU afgeeft en het verschil tussen woord en daad zijn meer dan verontrustend en nopen tot onmiddellijke actie.
1. Onderschrijft de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger de beoordeling van de situatie in Bahrein door de heer Cooper? Zo niet, hoe beoordeelt zij de situatie in Bahrein?
2. Onderkent de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger dat het voor de geloofwaardigheid van de EU als mondiale voorvechtster en verdedigster van de mensenrechten van essentieel belang is om consistent te zijn in haar reacties, zowel in woorden als in daden, als het gaat om mensenrechtenschendingen, in het bijzonder met betrekking tot de huidige geweldssituaties in Libië, Syrië, Bahrein en Jemen? Zo nee, waarom niet?
3. Zal de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger in dit verband ervoor zorgen dat het opleggen van gerichte economische sancties tegen regeringen en individuen vanwege mensenrechtenschendingen wordt gestroomlijnd? Zo nee, waarom niet?
(1) http://www.europa-eu-un.org/articles/en/article_10853_en.htm.
(2) http://www.europarl.europa.eu/wps-europarl-internet/frd/vod/player?eventCode=20110322-1500-COMMITTEE-AFET&language=en&byLeftMenu=researchcommittee&category=COMMITTEE&format=wmv#anchor1 (time: 17.56-17.58).
Klik hier voor het antwoord.