Parlementaire vragen
26 oktober 2010
E-8812/2010
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord
aan de Raad
Artikel 117 van het Reglement
Heidi Hautala (Verts/ALE) en Marietje Schaake (ALDE)
Betreft: EU-beleid betreffende regelgeving bewakingstechnologie
In 2008 verkocht Nokia Siemens Networks (NSN) aan Iran een „lawful interception gateway” LIG, gateway voor wettelijk toegestane interceptie) als onderdeel van het mobiele netwerk van dat land. LIG's maken het mogelijk communicaties te onderscheppen van individuen die de interesse hebben gewekt van de rechtshandhavingsautoriteiten. Daarmee is het mogelijk binnenkomende en uitgaande telefoongesprekken, sms-berichten en via een telefoonlijn verzonden gegevens (zoals faxberichten) te volgen. Later datzelfde jaar leverde NSN tevens een waarnemingscentrum. In zulke centra kunnen grote aantallen personen worden afgeluisterd. Later stapte NSN uit de productie van waarnemingscentra.
LIG's zijn een standaardvoorziening in mobiele netwerken in de EU en de VS, en zelfs in die gevallen bestaan er grote zorgen over een al te ruime bewaking. Vastgesteld is echter dat ernstig misbruik heeft plaatsgevonden in Iran, waar de door NSN geleverde LIG- en waarnemingscentrumapparatuur na de onlusten zijn gebruikt om aanhangers van de oppositie op te sporen, gevangen te zetten, te folteren en zelfs te vermoorden.
In zijn resolutie van 16 februari 2010 (P7_TA(2010)0016) heeft het Parlement scherpe kritiek geuit op internationale ondernemingen, en met name NSN, die de Iraanse overheid de benodigde technologische middelen hebben geleverd voor censuur en bewaking, waarmee zij zich medeplichtig hebben gemaakt aan de vervolging en arrestatie van Iraanse dissidenten.
1. Beschikt de Raad over een gedetailleerd plan ter ondersteuning van de mensenrechten in het licht van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de communicatietechnologie? Zo niet, zal hij dan een alomvattend beleid formuleren om te voorkomen dat bewakingstechnologie zal worden ingezet tegen dissidenten en mensenrechtenactivisten?
2. Beschouwt de Raad internationale regelgeving betreffende de bewakingstechnologiebranche, en met name wat betreft wettelijk toegestane interceptie en waarnemingscentra, als het beste middel om dit probleem aan te pakken?
3. Heeft de Raad in reactie op de resolutie van het Parlement van 10 februari 2010 onverwijld stappen ondernomen om te komen tot een verbod op de export van bewakingstechnologie (en met name waarnemingscentra) door ondernemingen in de EU naar landen als Iran, waar de overheid deze technologie zou kunnen gebruiken om de vrijheid van meningsuiting te schenden?
4. Is de Raad, in aanmerking genomen dat de wettelijk toegestane interceptiecapaciteiten in mobiele netwerken worden gebruikt om dissidenten en verdedigers van de mensenrechten het zwijgen op te leggen, bereid een wijziging in de netwerknormen in overweging te nemen die een beperking zou betekenen van de reikwijdte van de verplichte capaciteit voor wettelijk toegestane interceptie in de EU en buiten Europa?
Klik hier voor het antwoord.