Deze website is een overzicht van het werk van Marietje Schaake in het Europees Parlement tussen 2009 en 2019. Marietje is bereikbaar via marietje.schaake@ep.europa.eu

Parlementaire vraag: Financiële bijdrage van de Verenigde Naties aan ICC-onderzoek Libië

Marietje

Parlementaire vragen

16 maart 2011 E-002519/2011   Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie Artikel 117 van het Reglement Marietje Schaake (ALDE) en Ana Gomes (S&D)  Betreft: Financiële bijdrage van de Verenigde Naties aan ICC-onderzoek Libië Op 3 maart 2011 maakte de openbaar aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) bekend een onderzoek te zullen instellen naar schendingen van de mensenrechten in Libië nadat de VN-Veiligheidsraad de zaak naar het ICC had doorverwezen met Resolutie 1970 (2011) http://www.icc-cpi.int/NR/rdonlyres/2B57BBA2-07D9-4C35-B45E-EED275080E87/0/N1124558.pdf. In overweging 8 van Resolutie 1970 (2011) staat dat de kosten van die doorverwezen zaak, met inbegrip van alle onderzoeks- of vervolgingskosten die eruit voortvloeien, niet zullen worden gedragen door de VN, maar door de ondertekenaars van het Statuut van Rome (waaronder alle 27 lidstaten van de Europese Unie) en staten die vrijwillig een bijdrage leveren. 1. Kan de Commissie bevestigen dat EU-lidstaten die momenteel ook lid zijn van de VN-Veiligheidsraad (met name Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Portugal), de Raad hebben geraadpleegd alvorens namens alle lidstaten gevolg te geven aan de resolutie waarin staat dat de kosten van de doorverwijzing niet door de VN zullen worden gedragen? Zo nee, vindt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger dat EU-lidstaten in de VN-Veiligheidsraad (financieel) bindende afspraken mogen maken voor alle 27 EU-lidstaten zonder hen vooraf te raadplegen en zonder hun goedkeuring, en zo ja, waarom? 2. Is de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger bereid een beroep te doen op zowel EU-lidstaten als VN-leden voor een vrijwillige financiële bijdrage aan dit (door de VN doorverwezen) onderzoek door het ICC, en zo nee, waarom niet? 3. Is de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger bereid een beroep te doen op de VN voor een vrijwillige bijdrage aan het ICC voor eventuele getuigenbescherming en/of de eventuele berechting van leden van het Libische regime, en zo nee, waarom niet? 4. Stemt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger ermee in dat proactieve samenwerking, ondanks het feit dat de Verenigde Staten het Statuut van Rome niet hebben geratificeerd, moet worden toegejuicht, maar dat de VS er goed aan zouden doen middelen vrij te maken voor de kosten van het ICC om zo meer inhoud te geven aan hun rol bij het doorverwijzen van zaken naar het ICC vanuit de VN-Veiligheidsraad, en zo nee, waarom niet? 5. Is de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger bereid de financiering van het ICC ter sprake te brengen in de volgende vergadering van de Trans-Atlantische Economische Raad, en zo nee, waarom niet? Klik hier voor het antwoord.