Deze website is een overzicht van het werk van Marietje Schaake in het Europees Parlement tussen 2009 en 2019. Marietje is bereikbaar via marietje.schaake@ep.europa.eu

Parlementaire vraag: Internetblokkades

Marietje

Parlementaire vragen

4 november 2010 E-9115/2010 Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie Artikel 117 van het Reglement Sophia in 't Veld (ALDE) , Alexander Alvaro (ALDE) en Marietje Schaake (ALDE) Betreft: Internetblokkades Bij artikel 21 van de nieuwe Richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik, seksuele uitbuiting en kinderpornografie is voorzien in een EU-brede verplichting websites te blokkeren die dergelijke afbeeldingen tonen, hetgeen aanleiding geeft tot vragen omtrent legaliteit, noodzakelijkheid en evenredigheid. 1. De Commissie heeft bij andere gelegenheden(1) aangegeven een „solide juridische basis”(2) te zien voor de opvatting dat blokkeren onwettig is volgens het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, onder meer omdat „het ongetwijfeld moeilijker is om voor internetcontent de noodzakelijkheidstoets te doorstaan, omdat gebruikers zelden per ongeluk op illegale content stuiten” en dat de mogelijkheden voor het omzeilen van blokkades zo groot zijn dat de aanpak onwettig is omdat aangevoerd kan worden dat „de door de wet geboden restrictieve mogelijkheid niet geschikt is voor het nagestreefde doel”. Is de Commissie het ermee eens dat deze op „solide juridische basis” gebaseerde analyse ook van toepassing is op haar eigen voorstel inzake internetblokkades? Kan de Commissie uitleggen hoe zij tot een andere conclusie is gekomen in verband met haar eigen voorstel? 2. Kan de Commissie aangeven of zij een analyse heeft uitgevoerd specifiek van waarom bepaalde websites schijnbaar zo lang online blijven dat zij meent dat blokkades nodig zijn? Kan de Commissie deze analyse publiceren of anders uitleggen waarom een dergelijke analyse niet is uitgevoerd? 3. In 2007 besloot de Commissie, in het kader van antiterrorismemaatregelen, geen blokkades van websites voor te stellen, omdat deze te snel elders weer opduiken(3), maar dit geldt ook voor websites met kinderporno. Waarom is de Commissie met betrekking tot dit voorstel tot een ander besluit gekomen? 4. In de effectbeoordeling bij het voorstel wordt uiteengezet dat wetgeving nodig is, omdat de lidstaten niet gemotiveerd zijn het Verdrag van de Raad van Europa snel of grondig genoeg ten uitvoer te leggen. Kan de Commissie uitleggen waarom zij denkt dat de verwachte passiviteit van de lidstaten niet zal worden verergerd door de verplichte invoering van webblokkades? 5. Het voorstel is niet duidelijk over welk soort blokkade van de lidstaten wordt vereist, hoewel dit wel degelijk belangrijke consequenties heeft: een IP-adresblokkade (waarbij mogelijk ook enorme aantallen onschuldige sites worden geblokkeerd), een DNS-blokkade (die zeer eenvoudig te omzeilen is), een hybride blokkade (die zodanig kan worden gehackt dat er een „telefoongids” voor oneerbare internetgebruikers ontstaat), of zogeheten deep packet inspection (met ernstige gevolgen voor de privacy)? (1) Antwoord op een parlementaire vraag over een internetblokkade in Turkije E-5087/10. (2) OVSE-verslag over Turkije. (3) „Bovendien moet rekening worden gehouden met het feit dat websites die uit de lucht zijn gehaald snel weer terug zijn: wanneer een website van een webserver wordt gehaald, is het zeer eenvoudig deze onder een andere naam opnieuw te publiceren”, zie http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:52007SC1424:EN:NOT Klik hier voor het antwoord.