Parlementaire vragen
8 juni 2011 E-005466/2011
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord
aan de Commissie
Artikel 117 van het Reglement
Marietje Schaake (ALDE) , Kristiina Ojuland (ALDE) , Johannes Cornelis van Baalen (ALDE) en Ivo Vajgl (ALDE)
Betreft: Landmijnen uit de Tweede Wereldoorlog in Egypte die de sociaaleconomische ontwikkeling belemmeren
Op 25 mei 2011 heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd met betrekking tot de beoordeling van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB). Deze beoordeling werd sterk beïnvloed door de recente opstanden in de Arabische regio, in het bijzonder in Egypte en Tunesië. Aangezien beide landen zich momenteel bevinden in een overgangsfase richting een democratie op basis van een rechtsstaat, eerbied voor de rechten van de mens en sociaaleconomische hervormingen en herstel, heeft de EU zich ten doel gesteld om op structurele basis ondersteuning te geven aan en een partnerschap aan te gaan met beide landen. Vanuit deze doelstelling heeft de EU ruim 1,2 miljard euro aan financiële steun toegezegd. De opstanden in beide landen hebben de fouten in de vorige beleidsvormen van de EU (met betrekking tot de gehele Arabische regio) aan het licht gebracht. Het nieuwe ENB moet zijn gestoeld op een nieuw begin in de samenwerking met landen in deze regio.
Met betrekking tot de situatie in Egypte is de Commissie voorbijgegaan aan een langlopender probleem dat er nog steeds voor zorgt dat een groot gedeelte van het land zich niet echt kan ontwikkelen en geen sociaaleconomische vooruitgang kan bewerkstelligen. Dit probleem heeft betrekking op resterende landmijnen uit de Tweede Wereldoorlog. De EU, en in het bijzonder de verantwoordelijke lidstaten, moeten in dezen actie ondernemen.
1. Is de Commissie ermee bekend dat er in 2000 een VN-missie in Egypte is geweest die tot doel had het probleem te onderzoeken dat werd veroorzaakt door de aanwezigheid (op grote schaal) van overgebleven explosieven in het noordwestelijk kustgebied van Egypte die daar voornamelijk waren geplaatst door de Britten (ook door het APL-bedrijf) tijdens de Tweede Wereldoorlog? Zo nee, waarom is ze daarmee niet bekend?
2. Kan de Commissie een overzicht geven van de acties die zijn ondernomen door de EU of de lidstaten om dit probleem in Egypte aan te pakken? Kan ze aangeven hoe succesvol deze acties waren? Zo nee, waarom niet?
3. Is de Commissie ook van mening dat de overgebleven explosieven, naast het feit dat deze aan mensen het leven kunnen kosten, ook een ernstige belemmering vormen voor de zoektocht naar natuurlijke hulpbronnen in de regio, hetgeen op zijn beurt weer een belemmering vormt voor de sociaaleconomische ontwikkeling, aangezien daarmee de toegang tot ongeveer 22 % van het totale territoriale gebied van het land wordt ontzegd? Zo nee, waarom deelt de Commissie deze mening niet?
4. Is de Commissie ook van mening dat een ontwikkeling in het noordwestelijk kustgebied van Egypte en het woestijnachtige achterland een positieve uitwerking zouden hebben op
de macro-economische indicatoren van het land en een bijdrage zouden kunnen leveren aan de verbetering van de levensstandaard en de sociaaleconomische omstandigheden, in het bijzonder in de momenteel overbevolkte Nijlvallei en Nijldelta? Zo nee, waarom deelt de Commissie deze mening niet?
5. Zal de Commissie erop aandringen dat er meer opruimingsacties worden ondernomen in de regio en zal de Commissie de verantwoordelijke lidstaten, in het bijzonder het Verenigd Koninkrijk, vragen om meer aandacht te besteden aan ontmijning, slachtofferhulp en voorlichting betreffende de risico's van landmijnen? Zo nee, waarom onderneemt de Commissie hierin geen actie? Zo ja, welke concrete stappen zal de Commissie ondernemen?
Klik hier voor het antwoord.