Parlementaire vragen
9 maart 2011 E-002212/2011
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord
aan de Commissie
Artikel 117 van het Reglement
Marietje Schaake (ALDE)
Betreft: Onderzoek naar het aandeel van Europese bedrijven in mensenrechtenschendingen
Bedrijven die informatie- en communicatietechnologie leveren worden door (repressieve) regimes in toenemende mate onder druk gezet om zich te voegen naar hun binnenlandse regelgeving, willen zij hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Zelfs wanneer deze regelgeving een duidelijke schending van de mensenrechten vormt, geven bedrijven vaak gehoor aan deze eisen.
Tijdens de volksopstanden in Tunesië en Egypte speelde informatie- en communicatietechnologie een cruciale rol. Met het blokkeren van deze communicatiekanalen is mogelijk medeplichtigheid ontstaan aan schendingen van de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de vrije toegang tot informatie door deze regimes, en zijn omstandigheden geschapen waarin mensenrechtenschendingen konden plaatsvinden zonder dat ze konden worden gedocumenteerd.
Europese bedrijven die zeer actief zijn in Egypte, zoals Vodafone en France Telecom, hebben zonder enige terughoudendheid deze laakbare tactieken ondersteund. Ik heb verzocht om een onderzoek naar het aandeel van Europese bedrijven in deze inperkingen en schendingen van de mensenrechten (http://www.youtube.com/watch?v=ZbwYXZL5w8A).
Met mijn verzoek om een onderzoek is tot nu toe echter niets gedaan.
1. Is de hoge vertegenwoordiger ook van mening dat het blokkeren en censureren van informatie- en communicatietechnologie kan bijdragen aan mensenrechtenschendingen? Zo nee, waarom niet?
2. Is de hoge vertegenwoordiger ook van mening dat de medewerking die Europese bedrijven regimes verlenen door communicatie- en informatietechnologie te blokkeren en censureren, ook bijdraagt aan schendingen van de mensenrechten en de kernwaarden van de EU? Zo nee, waarom niet?
3. Gaat de hoge vertegenwoordiger een onderzoek instellen naar het aandeel van Europese telecombedrijven in de mensenrechtenschendingen, met name in Egypte? Zo nee, waarom niet?
4. Is de hoge vertegenwoordiger ook van mening dat Europese bedrijven mogelijk anders zouden hebben gehandeld als de EU hen volledig had gesteund om in hun relaties met deze repressieve regimes de mensenrechten en de kernwaarden van de EU hoog te houden? Zo nee, waarom niet?
5. Is de hoge vertegenwoordiger het met mij eens dat de bevordering en bescherming van de persvrijheid en de vrije toegang tot informatie, ook op het internet, een integraal onderdeel moet vormen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie? Zo nee, waarom niet?
Klik hier voor het antwoord.