Parlementaire vragen
8 september 2010
E-6988/2010
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord
aan de Commissie
Artikel 117 van het Reglement
Marietje Schaake (ALDE)
Betreft: President al-Bashir in Kenia
Is de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid ervan op de hoogte dat de Soedanese president Omar al-Bashir vandaag de ceremonie in Nairobi voor de afkondiging van de nieuwe Keniaanse grondwet zal bijwonen?
Is zij ook van oordeel dat Kenia, als partij bij het Statuut van Rome, al-Bashir, tegen wie het Internationaal Strafhof een aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd wegens zijn vermeende verantwoordelijkheid voor de gewelddadigheden in Darfur (Soedan), had moeten arresteren? Zo niet, waarom niet?
Is zij tot de conclusie gekomen dat het partnerschap van de EU met Kenia in de strijd tegen piraterij, tezamen met de honderden miljoenen euro’s aan Europese ontwikkelingshulp (EUR 50 miljoen per jaar van de Commissie en meer dan EUR 500 miljoen per jaar van de lidstaten en de Commissie samen) alleen kan worden voortgezet op voorwaarde dat Kenia — zoals bepaald in het Verdrag van Cotonou — zijn eigen verdragen met de internationale gemeenschap nakomt? Zo niet, waarom niet?
Is zij ook van oordeel dat het hartelijk verwelkomen van een persoon die verdacht wordt van betrokkenheid bij genocide en misdaden tegen de menselijkheid door een staat die een belangrijke partner van de EU is, de geloofwaardigheid van de internationale wetgeving en de grondbeginselen waarop de EU is gestoeld, ondermijnt? Zo niet, waarom niet?
Is zij ook van oordeel dat de geloofwaardigheid van de betrokkenheid van Kenia bij het Statuut van Rome, met name na de herzieningsconferentie in Kampala, op het spel staat? Zo niet, waarom niet?
Is zij ook van oordeel dat alles in het werk moet worden gesteld om ervoor te zorgen dat de geloofwaardigheid van de beginselen van het internationaal recht en van de EU zelf niet in gevaar wordt gebracht? Welke concrete maatregelen zal zij — met spoed — nemen teneinde Kenia aan te sporen zijn verantwoordelijkheid te nemen en een krachtig signaal af te geven dat de EU straffeloosheid niet tolereert en de rechtsstaat als een beginsel beschouwt dat niet voor onderhandeling vatbaar is en geëerbiedigd moet worden?
Kan zij meedelen of er lidstaten zijn, en zo ja welke, die bezwaar maken tegen het nemen van maatregelen tegen Kenia? Zo niet, waarom niet?
Bestaat er een EU-strategie — of richtsnoeren voor de EDEO — om met dergelijke situaties om te gaan, met inbegrip van de handelwijze van ambassadeurs en hoogwaardigheidsbekleders die de gebeurtenis bijwonen? Zo niet, zou het misschien niet verstandig zijn om zoiets te ontwikkelen voor toekomstige gelegenheden?
Welke maatregelen verwacht de hoge vertegenwoordiger dat de EU zal nemen, of stelt zij voor dat de EU zal nemen, als het Internationaal Strafhof in rechte vaststelt — op grond van artikel 87, lid 5 van het Statuut van Rome — dat er met betrekking tot Kenia of welke andere staat dan ook sprake is van niet-medewerking?
Klik hier voor het antwoord.