Deze website is een overzicht van het werk van Marietje Schaake in het Europees Parlement tussen 2009 en 2019. Marietje is bereikbaar via marietje.schaake@ep.europa.eu

Parlementaire vraag: Samenwerkingsovereenkomst tussen Bosnië-Herzegovina en Iran

Marietje

Parlementaire vragen

6 juli 2011 E-006646/2011   Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie Artikel 117 van het Reglement Marietje Schaake (ALDE) , Johannes Cornelis van Baalen (ALDE) , Baroness Sarah Ludford (ALDE) , Norica Nicolai (ALDE) , Kristiina Ojuland (ALDE) , Ivo Vajgl (ALDE) , Renate Weber (ALDE) en Barbara Lochbihler (Verts/ALE)  Betreft: Samenwerkingsovereenkomst tussen Bosnië-Herzegovina en Iran Op 14 juni 2011 kwam het bericht dat Bosnië-Herzegovina en Iran een overeenkomst hebben gesloten betreffende wederzijdse samenwerking op het gebied van justitiële zaken (hierna te noemen: „de overeenkomst”)(1). De overeenkomst is ondertekend door de Iraanse minister van Justitie, Morteza Bakhtiari en zijn Bosnische ambtgenoot, Barisa Colak. Naar verluidt betreft de overeenkomst een samenwerking tussen de kamers van koophandel van de beide landen, evenals een samenwerking op het gebied van vervoer en communicatie, het bank- en verzekeringswezen, het bedrijfsleven, het toerisme en wetenschap en technologie. De Iraanse regering maakt zich schuldig aan ernstige en systematische mensenrechtenschendingen, zoals blijkt uit talrijke buitengerechtelijke executies, het veelvuldige gebruik van foltermethoden en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandelingen in Iraanse gevangenissen, en de systematische gewelddadige onderdrukking van Iraanse burgers die hun wettelijke recht op vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering uitoefenen. Gelet op het grote aantal economische en handelssancties — waaronder VN-sancties, andere internationale sancties en gerichte EU-sancties — dat Iran, Iraanse functionarissen en Iraanse staatsbedrijven is opgelegd als reactie op zowel de mensenrechtenschendingen als het Iraanse kernprogramma, en gelet op het feit dat Bosnië-Herzegovina sinds de Europese Raad van juni 2003 in Thessaloniki te boek staat als mogelijk kandidaatland voor toetreding tot de EU, waarmee het land in juni 2008 een stabilisatie- en associatieovereenkomst heeft gesloten, mag de EU deze overeenkomst met Iran niet accepteren, en zij zal een standpunt moeten innemen en tot maatregelen moeten overgaan. 1. Is de commissaris voor Uitbreiding en Nabuurschapsbeleid (hierna te noemen: „de commissaris”) ook van mening dat deze overeenkomst indruist tegen de VN-sancties, en zo niet, waarom niet? 2. Is de commissaris ook van mening dat de overeenkomst de positieve invloed van de stabilisatie- en associatieovereenkomst ondermijnt en aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de eventuele status van kandidaatland van Bosnië-Herzegovina? Zo niet, waarom niet? 3. Heeft de regering van Bosnië-Herzegovina de commissaris om advies gevraagd of geïnformeerd over haar voornemen om deze overeenkomst te sluiten? 4. Zal de commissaris de regering van Bosnië-Herzegovina onder druk zetten om de overeenkomst te beëindigen, en zo niet, waarom niet? 5. Is de commissaris ook van mening Bosnië-Herzegovina met het sluiten van deze overeenkomst verder verwijderd raakt van zijn doel lid te worden van de EU, en zo niet, waarom niet? (1) http://www.neurope.eu/articles/Iran-Bosnia-Sign-Judiciary-agreement/107172.php. Klik hier voor het antwoord.