Parlementaire vragen
31 mei 2011 O-000141/2011
Vraag met verzoek om mondeling antwoord
aan de Commissie
Artikel 115 van het Reglement
Norica Nicolai, Ivo Vajgl, Kristiina Ojuland, Marielle De Sarnez, Marietje Schaake, Olle Schmidt, namens de ALDE-Fractie
Betreft: Situatie in Nagorno-Karabach
De afgelopen maanden hebben er meerdere bijeenkomsten op hoog niveau plaatsgevonden gericht op het op vreedzame wijze oplossen van het conflict in Nagorno-Karabach en op het bestendigen van het staakt-het-vuren in het conflictgebied. Desalniettemin is het proces voor het vinden van een oplossing voor het reeds lang aanslepende conflict in het slop geraakt.
Er zijn berichten dat zowel Armenië, als Azerbeidzjan nieuw wapentuig hebben gekocht. Dit is niet bevorderlijk voor het dichterbij brengen van verzoening en zorgt daarentegen zelfs voor méér spanning in de hele zuidelijke Kaukasus.
In haar mededeling over het Europees nabuurschapsbeleid (van 25 mei 2011) geeft de Commissie aan bereid te zijn een grotere rol te spelen in fora waar zij momenteel niet is vertegenwoordigd, in het bijzonder de Minsk-groep van de OVSO voor het conflict in Nagorno-Karabach. In de mededeling wordt ook gewag gemaakt van het voornemen van de EU om meer steun te geven voor maatregelen voor het opbouwen van vertrouwen en hulp voor regio's die naar afscheiding streven, voor internationale inspanningen en structuren met betrekking tot de conflicten, en voor de tenuitvoerlegging van overeenkomsten, wanneer deze eenmaal zijn gesloten.
Heeft de hoge vertegenwoordiger/ondervoorzitter concrete voorstellen uitgewerkt over hoe de EU denkt een grotere rol te gaan spelen in de Minsk-groep van de OVSE en hoe de EU meer steun kan geven gericht op het vinden van een duurzame oplossing van het conflict in Nagorno-Karabach? Welke maatregelen is de EU van plan te gaan nemen om een escalatie van het conflict te voorkomen? Beschikt de EU over een plan-B voor het geval één van de conflictpartijen de staakt-het-vurenovereenkomst van Bishkek schendt?