Link naar originele aangenome resolutie
Het Europees Parlement,
– gezien zijn eerdere resoluties over Belarus, met name de resoluties van 12 mei 2011, 10 maart 2011, 20 januari 2011 en 17 december 2009,
– gezien de conclusies over Belarus van de 3101ste bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken op 20 juni 2011,
– gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948 en de verklaring van de Verenigde Naties over de verdedigers van de mensenrechten van december 1988,
– gezien de resolutie van de Conferentie van internationale niet-gouvernementele organisaties van de Raad van Europa van 22 juni 2011 over de vrijheid van vergadering in de Republiek Belarus,
– gezien de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad van 17 juni 2011 waarin de schendingen van de mensenrechten vóór, tijdens en na de presidentsverkiezingen in Belarus worden veroordeeld en de Belarussische regering ertoe wordt opgeroepen de vervolging van oppositieleiders stop te zetten,
– gezien de verklaring van Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, van 5 augustus 2011 over de arrestatie van de heer Ales Bialiatski in Belarus,
– gezien artikel 122, lid 5, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Belarus zich internationaal heeft verbonden tot naleving van de beginselen van het internationale recht en fundamentele waarden zoals democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden;
B. overwegende dat de heer Ales Bialiatski, mensenrechtenactivist, voorzitter van het mensenrechtencentrum Viasna en ondervoorzitter van de Internationale federatie voor de mensenrechten (FIDH), na een periode van opsluiting in het detentiecentrum van het Belarussische Ministerie van Binnenlandse Zaken op 4 augustus 2011 in Minsk werd gearresteerd op beschuldiging van grootschalige belastingontduiking ("verduistering van aanzienlijke inkomsten") en op 12 augustus uit hoofde van artikel 243, deel II, van het Belarussische strafwetboek werd aangeklaagd; overwegende dat hem een straf te wachten staat van ofwel maximum vijf jaar 'vrijheidsbeperking', ofwel drie tot zeven jaar opsluiting, en dat zijn bezittingen, met inbegrip van de gebouwen van waaruit Viasna geleid wordt, in beslag zullen worden genomen;
C. overwegende dat ambtenaren van de dienst voor staatsveiligheid (KGB) en van het departement voor financieel onderzoek van het Landelijk Controlecomité het privé-eigendom van Ales Bialiatski in Minsk, zijn woning in Rakov en de kantoren van Viasna in Minsk zijn binnengevallen en er computers en andere voorwerpen in beslag hebben genomen;
D. overwegende dat de rechter van een arrondissementsrechtbank in Minsk de aanvraag van Ales Bialiatski's advocaat om de mensenrechtenactivist onder persoonlijke borgtocht vrij te laten, op 16 augustus 2011 heeft afgewezen, en dat de duur van Ales Bialiatski's voorlopige hechtenis eerder die week met twee maanden is verlengd;
E. overwegende dat de arrestatie volgde op de openbaarmaking door een aantal EU-lidstaten van details over Ales Bialiatski's bankrekeningen aan de Belarussische overheid; overwegende dat de Belarussische overheid voor het verkrijgen van deze informatie gebruik heeft gemaakt van de internationale samenwerking in het kader van een bilaterale overeenkomst over rechtsbijstand, en het systeem van internationale procedures en overeenkomsten inzake financiële transfers – bedoeld om terroristen en criminelen op te sporen – heeft misbruikt met als doel volledige controle te verwerven over de niet-gouvernementele organisaties van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie in Belarus en met als doel de steun van de EU aan het maatschappelijk middenveld in Belarus in diskrediet te brengen;
F. overwegende dat de Belarussische belastingsautoriteiten de bedragen op de rekening van de heer Bialiatski als zijn persoonlijke inkomsten hebben geïnterpreteerd en hem ervan hebben beschuldigd deze te verzwijgen;
G. overwegende dat de Belarussische overheid voor nagenoeg alle mensenrechtenorganisaties in het land weigert om ze op nationaal niveau te registreren (het verzoek om registratie van Viasna werd de afgelopen jaren tot drie keer toe afgewezen); overwegende dat buitenlandse hulp aan niet-gouvernementele organisaties in Belarus (in het geval van Viasna gaat het om middelen ter ondersteuning van de slachtoffers van de grootschalige repressie door het Belarussische regime na de presidentsverkiezingen in december 2010) moet worden goedgekeurd door de Belarussische overheid, met als gevolg dat mensenrechtenactivisten gedwongen zijn rekeningen te openen in naburige landen om daadwerkelijk steun te kunnen bieden aan de vertegenwoordigers van het onafhankelijke maatschappelijk middenveld;
H. overwegende dat mensenrechtenactivisten op wijdverbreide schaal systematisch gepest worden; overwegende dat er recentelijk berichten zijn opgedoken over de vervolging van verdedigers van de mensenrechten, journalisten en activisten die zich inzetten voor de vrijlating van Ales Bialiatski, in de vorm van arrestaties, opsluitingen, ondervragingen, oplegging van boetes en inbeslagneming van gedrukt materiaal; overwegende dat één van hen, Viktar Sazonau, momenteel in afwachting is van een proces;
I. overwegende dat het geval van Ales Bialiatski deel uitmaakt van een groter patroon van permanente pesterijen jegens vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenactivisten die al aan de gang zijn sinds de presidentsverkiezingen in december 2010 en tot een dramatische verslechtering van de situatie op het vlak van de mensenrechten en burgerlijke en politieke vrijheden in Belarus hebben geleid;
J. overwegende dat een groot aantal leden van de oppositie, onder wie voormalige presidentskandidaten, journalisten en mensenrechtenactivisten, wegens hun deelname aan de vreedzame betogingen van 19 december 2010 in Minsk na afloop van de verkiezingen zijn opgepakt, beschuldigd van 'het organiseren van massale onlusten' en tot buitensporig strenge straffen zijn veroordeeld, met name straffen gaande tot zeven jaar in gemiddeld of zwaar beveiligde strafkolonies; overwegende dat sommigen van hen naar verluidt fysieke en psychologische folteringen hebben ondergaan, geen aangepaste juridische en medische bijstand hebben gekregen of na een zware operatie zonder de nodige medische revalidatie naar de gevangenis zijn teruggestuurd;
1. maakt zich ernstige zorgen over de verslechterende situatie van mensenrechtenactivisten in Belarus; keurt de recente arrestatie van en beschuldigingen tegen Ales Bialiatski, voorzitter van het mensenrechtencentrum Viasna, en het gebrek aan respect vanwege de Belarussische autoriteiten voor de grondrechten van vrijheid van vergadering en meningsuiting ten zeerste af;
2. betreurt dat de Belarussische autoriteiten systematisch weigeren om onafhankelijke mensenrechtenorganisaties in het land rechtsstatus te verlenen zodat het voor hen onmogelijk is te functioneren, door repressieve wetten in te voeren waarmee het maatschappelijk middenveld het zwijgen wordt opgelegd en met criminele sancties te dreigen om mensenrechtenactivisten te intimideren;
3. is gezien de strafexpeditie zonder weerga jegens het maatschappelijk middenveld in Belarus na de presidentsverkiezingen in december 2010 van mening dat het proces tegen Ales Bialiatski een politieke grond heeft en tot doel heeft zijn legitieme activiteiten als verdediger van de mensenrechten te belemmeren;
4. eist dat Ales Bialiatski onvoorwaardelijk en ogenblikkelijk wordt vrijgelaten en dat het onderzoek en alle beschuldigingen tegen hem worden opgeheven;
5. veroordeelt het optreden ten aanzien van het mensenrechtencentrum Viasna en vraagt de Belarussische overheid met aandrang een eind te maken aan alle vormen van pesterij jegens Ales Bialiatiski, Viasna, de werknemers van Viasna en alle andere mensenrechtenactivisten en organisaties van het maatschappelijk middenveld in het land, en de rechtsstaat te eerbiedigen;
6. vraagt dat de Belarussische autoriteiten artikel 193, lid 1, van het strafwetboek van Belarus intrekken, aangezien dit artikel de organisatie van en deelname aan activiteiten van niet-geregistreerde openbare verenigingen verbiedt, en bijgevolg in strijd is met de internationale normen betreffende de vrijheid van vergadering en een schending inhoudt van de verbintenissen van Belarus jegens de OVSE en de VN;
7. benadrukt dat wettelijke steun tussen de EU-lidstaten en Belarus geen instrument mag worden voor politieke vervolging en repressie;
8. betreurt dat de Belarussische overheid het Belarussische recht en de internationale en bilaterale mechanismen doelbewust misbruikt heeft om haar doelen te bereiken;
9. verzoekt de Belarussische autoriteiten om alle bepalingen van de verklaring van de Verenigde Naties over de verdedigers van de mensenrechten te eerbiedigen en de democratische beginselen, mensenrechten en fundamentele vrijheden in alle omstandigheden na te leven, overeenkomstig de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de internationale en regionale mensenrechteninstrumenten die Belarus geratificeerd heeft;
10. vraagt de Belarussische autoriteiten met aandrang de Belarussische wetgeving te hervormen, in het bijzonder voor wat de vrijheid van vergadering en meningsuiting betreft, ze in overeenstemming te brengen met de internationale normen, en de huidige wetgeving tot die tijd niet meer te misbruiken;
11. vraagt de Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger om meer druk uit te oefenen op de Belarussische autoriteiten en het visumverbod en de lijst met bevroren activa uit te breiden tot al wie betrokken is bij de arrestatie en vervolging van Ales Bialiatski;
12. benadrukt dat de EU in het licht van de aanhoudende repressie zonder weerga van de oppositie en het maatschappelijk middenveld in Belarus steun moet verlenen aan de opbouw van de democratie in Belarus en nieuwe manieren moet vinden om het maatschappelijk middenveld en de onafhankelijke media in Belarus te helpen de bewustwording van de bevolking te bevorderen;
13. vraagt dat het Oostelijk Partnerschap, dat op 28-29 september 2011 in Warschau een topbijeenkomst houdt, meer steun verleent aan en daadwerkelijk contact legt met de democratische oppositie en de organisaties van het maatschappelijk middenveld in Belarus, met als doel hun inspanningen ter veiligstelling van de democratie aan te moedigen en te versterken;
14. eist dat de Belarussische overheid garandeert dat alle politieke gevangenen gepaste juridische en medische bijstand ontvangen, hen onvoorwaardelijk en ogenblikkelijk vrijlaat, alle beschuldigingen tegen hen intrekt en voor het volledige herstel van hun burgerrechten zorgt;
15. beklemtoont dat eventuele verbintenissen van de EU ten aanzien van Belarus alleen maar mogelijk mogen zijn op voorwaarde dat Belarus belooft de democratische beginselen, mensenrechten en rechtsstaat te eerbiedigen, zoals vastgelegd in de tijdens de topbijeenkomst van het Oostelijk Partnerschap in Praag van 7 mei 2009 aangenomen gezamenlijke verklaring, die de Belarussische regering mede heeft ondertekend;
16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de parlementaire vergaderingen van de OVSE en de Raad van Europa en de regering en het parlement van Belarus.
Resolutie over Belarus: de arrestatie van mensenrechtenactivist Ales Bialatski
14 sep 2011