Het Europees Parlement,
– gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Belarus, met name die van 10 maart 2011, 20 januari 2011 en 17 december 2009,
– gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Catherine Ashton, van 18 februari 2011 over de schuldigverklaring en veroordeling van een vertegenwoordiger van de Belarussische oppositie, en gezien de verklaring van haar woordvoerder van 10 april 2011 over de onderdrukking van de onafhankelijke media in Belarus,
– gezien Besluit 2011/69/GBVB van de Raad van 31 januari 2011 houdende wijziging van Besluit 2010/639/GBVB van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde functionarissen van Belarus,
– gezien het eindverslag over de presidentsverkiezingen in Belarus van het Bureau voor democratische instellingen en mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR) en de parlementaire vergadering van de OVSE (OVSE-PV) van 22 februari 2011,
– gezien artikel 122, lid 5, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de presidentskandidaten Ales Mikhalevich, Uladzimir Nyaklyaeu, Vital Rymasheuski, Andrey Sannikau, Mikalay Statkevich en Dimitrji Uss, alsmede hun campagneleiders, in het bijzonder Pavel Seviarynets, Vladimir Kobets en Sergey Martselev, momenteel hun rechtszaken afwachten, die kunnen uitmonden in maximaal 15 jaar gevangenisstraf,
B. overwegende dat een aantal oppositieleiders, waaronder Anatol Lyabedzka, leider van de oppositiepartij de Verenigde Burgerpartij (AHP), voormalig presidentskandidaten Vital Rymasheuski en Ales Mikhalevich, de hoofdredacteur van een online nieuwssite Natalya Radzina, Andrey Dzmitryeu, de campagneleider voor de presidentskandidaat voor de oppositie Uladzimer Nyaklyaeu, en activist Syarhey Vaznyak van de campagne "Vertel de waarheid!" zijn vrijgelaten uit voorgerechtelijke hechtenis in het detentiecentrum van de KGB en in huisarrest zijn geplaatst terwijl het onderzoek naar hen loopt; overwegende dat Ales Mikhalevich en Natalya Radzina het land zijn uitgevlucht om een rechtszaak te voorkomen, terwijl Dzmitry Bandarenka, een medestander van Andrey Sannikau tijdens een vorige campagne voor de presidentsverkiezingen, voor twee jaar naar een strafkolonie is gestuurd;
C. overwegende dat Aliaksandr Atroshchankau, Aliaksandr Malchanau, Dzmitry Novik en Vasil Parfiankou, leden van de campagneteams van de kandidaten van de democratische oppositie Uladzimir Niakliayeu en Andrei Sannikau, Mikita Likhavid, lid van de beweging "Voor de vrijheid", Ales Kirkevich, Zmister Dashkevich en Eduard Lobau, activisten van het Jongerenfront, Paval Vinahradau, activist voor de campagne "Vertel de waarheid!", de niet-partijgebonden activist Andrei Pratasienya, historicus Dzmitry Drozd, deelnemer aan de demonstraties Uladzemir Khamichenka en Dzmitry Bandarenka, coördinator van de burgercampagne Europees Belarus, zijn veroordeeld van één tot vier jaar gevangenisstraf in verband met de demonstraties van 19 december 2010,
D. overwegende dat er bewijs is dat de politie mensen martelt om ze te dwingen tot de bekentenis dat zij misdaden tegen de staat hebben begaan, onder meer in de zaken Olga Klasowska en Ales Mikhalevic,
E. overwegende dat het Belarussische Ministerie van voorlichting op 25 april 2011 een verzoek heeft ingediend bij het economisch hooggerechtshof tot opheffing van de twee onafhankelijke dagbladen "Narodnaya Volia" en "Nasha Niva",
F. overwegende dat Andrzej Poczobut, journalist van de televisiezender Belsat en het dagblad Gazeta Wyborcza, is gearresteerd en de kans loopt te worden veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens "belediging van de president" in recentelijk door hem gepubliceerde artikelen, overwegende dat dhr. Poczobut door Amnesty International wordt erkend als gewetensgevangene; overwegende dat Iryna Khalip, de vrouw van Andrey Sannikau, ook is gearresteerd en wordt beschuldigd in verband met de demonstraties; overwegende dat zij momenteel onder huisarrest staat en geen contact mag opnemen met haar man,
G. overwegende dat de onderdrukking van leden van de democratische oppositie, de vrije media, activisten uit het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenactivisten is verergerd, ondanks herhaalde oproepen van de internationale gemeenschap om hier onmiddellijk mee te stoppen; overwegende dat deze situatie een ernstige schending inhoudt van een groot aantal internationale verplichtingen van Belarus,
1. veroordeelt met klem alle veroordelingen op basis van de aanklacht van deelname aan "massale onlusten" en beschouwt ze als willekeurig en politiek gemotiveerd; benadrukt dat is gemeld dat de autoriteiten hebben nagelaten de schuld van de verdachten aan te tonen, dat de rechtszaken achter gesloten deuren plaatsvonden, dat het de verdachten niet was toegestaan getuigen op te roepen of privé en geregeld onderhoud te hebben met hun juridische vertegenwoordigers, dat de advocaten van de verdachten diverse malen zijn gewaarschuwd door het Ministerie van Justitie en dat sommigen van hen uit de orde van advocaten zijn geroyeerd; is daarom van mening dat de rechtszaken niet op onpartijdige wijze zijn gevoerd;
2. beschouwt alle aanklachten tegen de presidentskandidaten Vladimir Neklyayev, Vitaly Rymashevsky, Nikolai Statkevich, Dmitry Uss en Andrei Sannikov als onwettig en ontoelaatbaar; roept op tot vrijspraak van de kandidaten en verzoekt om hen vrij te stellen van verdere vervolging; veroordeelt in dit verband het gebrek aan eerbiediging van de fundamentele rechten van vrijheid van vergadering en meningsuiting door de Belarussische autoriteiten en roept op tot de ogenblikkelijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle demonstranten die nog in hechtenis zijn en tot het intrekken van alle aanklachten tegen hen;
3. spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de slechter wordende situatie van de mensenrechtenactivisten in Belarus; veroordeelt met klem de recente beschuldigingen tegen onder meer Ales Bialiatski, president van het centrum voor de mensenrechten "Viasna" door de president van Belarus en verschillende journalisten van media in staatseigendom die in hun commentaren over de bomaanslag in de metro van Minsk beweerden dat "een vijfde colonne in het land" aanwezig was;
4. spreekt zijn afkeuring uit over het aanhoudende klimaat van angst en intimidatie van politieke tegenstanders in Belarus en over de voortdurende vervolging van leden van de oppositie sinds de presidentsverkiezingen van december 2010;
5. dringt er bij de Belarussische autoriteiten op aan een einde te maken aan de belemmeringen van de vrijheid van verkeer van de Oekraïense burgers Marina Tsapok, Maxim Kitsyuk en de Russische burger Andrey Yurov, vertegenwoordigers van het Committee on International Control over the Human Rights Situation in Belarus, die de toegang tot Belarus is ontzegd, alsmede van Alik Mnatsnakyan en Viktoria Gromova, Russische mensenrechtenactivisten, die op 4 mei 2011 zijn gearresteerd in het kantoor van het mensenrechtencentrum "Viasna" en kort daarop Belarus zijn uitgezet en voor twee jaar zijn verbannen; veroordeelt in dit verband alle tegen mensenrechtenactivisten gerichte acties door de Belarussische autoriteiten;
6. spreekt zijn afkeuring uit over het systematisch lastigvallen en intimideren, alsmede van het uitoefenen van steeds sterkere druk op de onafhankelijke journalisten en media in Belarus; dringt er bij de Belarussische autoriteiten in dit verband op aan de procedure tot opheffing van de weekbladen "Narodnaya Volia" en "Nasha Niva" stop te zetten, af te zien van het beperken van de toegang tot twee onafhankelijke websites, te weten "Karta '97" en "Bielorusskij Partizan", hetgeen een ernstige inperking zou inhouden van het pluralisme van de media in Belarus, en om Andrzej Poczobut vrij te laten en alle aanklachten tegen hem in te trekken;
7. veroordeelt het feit dat geen onafhankelijk onderzoek is uitgevoerd naar het gebruik van bruut geweld door de politie en de KGB-diensten tegen demonstranten op de dag van de verkiezingen, met name omdat Belarus het verzoek van 14 lidstaten van de EU tot het toelaten van een onderzoeksmissie onder auspiciën van de OVSE om de massale onderdrukking van de oppositie in de nasleep van de verkiezingen van december 2010 te onderzoeken heeft afgewezen; verwelkomt het tussentijds verslag van Neil Jarman, speciaal rapporteur van de Committee on International Control over the Human Rights Situation in Belarus, en is ontzet over het feit dat mensenrechtenactivisten uit verschillende OVSE-landen opnieuw in Minsk opgesloten hebben gezeten;
8. roept de Commissie, de Raad, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU en andere partnerlanden van de EU op tot het uitbreiden van de restrictieve maatregen tegen het Belarussische regime, waaronder de invoering van gerichte economische sancties, met name tegen overheidsbedrijven;
9. benadrukt dat, gezien de voortdurende, ongekende onderdrukking van de oppositie, de EU moet zoeken naar een nieuwe manier om het maatschappelijk middenveld in Belarus te helpen bij het proces van bewustmaking van het publiek, het voorkomen van de totale versnippering van de politieke oppositie en het blijven bieden van een politiek alternatief voor het regime Lukashenko; roept op tot het blijven verlenen en verhogen van de EU-steun aan de democratische oppositiepartijen, organisaties van het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke mediakanalen, bijvoorbeeld door middel van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten;
10. benadrukt dat mogelijke betrekkingen van de EU met Belarus afhankelijk zullen zijn van strenge voorwaarden en van een toezegging door Belarus de mensenrechten en de rechtsstaat te zullen eerbiedigen, zoals geformuleerd in de gezamenlijke verklaring van de top van Praag betreffende het oostelijk partnerschap van 7 mei 2009, mede ondertekend door de Belarussische regering;
11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de Parlementaire Vergaderingen van de OVSE en de Raad van Europa en het parlement en de regering van Belarus.
Resolutie over Belarus
11 mei 2011