Link naar aangenomen resolutie
Het Europees Parlement,
– gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Azerbeidzjan, met name die over de mensenrechten,
– gezien de aanbeveling van de Raad, de Commissie en de EDEO van 18 april 2012 betreffende de onderhandelingen over de associatieovereenkomst EU-Azerbeidzjan,
– gezien de in 1999 in werking getreden partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en Azerbeidzjan en de lopende onderhandelingen tussen de twee partijen over een nieuwe associatieovereenkomst ter vervanging van de bestaande overeenkomst,
– gezien de gezamenlijke mededeling van 15 mei 2012 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over het nieuwe Europese nabuurschapsbeleid,
– gezien een nieuw nationaal actieprogramma betreffende het verhogen van de doeltreffendheid van de bescherming van mensenrechten en vrijheden in de Republiek Azerbeidzjan, dat op 27 december 2011 werd goedgekeurd door de president van het land,
– gezien artikel 122, lid 5, en artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Azerbeidzjan actief deelneemt aan het Europees nabuurschapsbeleid en het Oostelijk Partnerschap en dus de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat moet eerbiedigen, die kernwaarden van deze twee initiatieven vormen; overwegende dat de algemene mensenrechtensituatie in Azerbeidzjan er stelselmatig op achteruit is gegaan de afgelopen jaren, ondanks de in het actieplan in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid opgenomen verplichtingen, met toenemende druk op en intimidatie van ngo's en onafhankelijke media, wat heeft gezorgd voor angst bij veel oppositieleden en voorvechters van de mensenrechten, alsook bij jongeren en activisten die actief zijn op sociale netwerken, met zelfcensuur bij journalisten tot gevolg;
B. overwegende dat op 15 mei vredevolle betogingen in de hoofdstad Bakoe voor de bevrijding van politieke gevangenen vóór de organisatie van het Eurovisiesongfestival door Azerbeidzjan op 26 mei uit elkaar werden gedreven door de politie; overwegende dat het gebruik van geweld tegen vredevolle betogers een gewoonte van de Azerbeidzjaanse autoriteiten is die wijst op het niet naleven van de door het land aangegane verplichtingen jegens de EU en binnen het kader van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE);
C. overwegende dat onafhankelijke journalisten, voorvechters van de mensenrechten en anderen die hun mening trachten te uiten, kwesties van openbaar belang onderzoeken, of overheidsinstanties bekritiseren in Azerbeidzjan zijn aangevallen, lastiggevallen, bedreigd of opgesloten, waarbij met name de gevallen van de journalisten Idrak Abbasov en Khadija Ismaylova onrustwekkend zijn;
D. overwegende dat Elnur Mecidli, een activist en lid van de oppositiepartij Volksfront, op 16 mei uit de gevangenis is vrijgelaten;
E. overwegende dat het Eurovisiesongfestival 2012, dat op 26 mei plaatsvindt in Bakoe, een gelegenheid moet vormen voor Azerbeidzjan om te tonen dat het land zich inzet voor democratie en de mensenrechten;
F. overwegende dat honderden eigendommen op een niet-transparante en niet-toerekenbare manier werden onteigend en duizenden huiseigenaars in Bakoe onder dwang werden uitgezet onder het mom van ontwikkelingsprojecten, onder meer in de buurt die grenst aan het Plein van de Nationale Vlag, wat de locatie is van de Baku Crystal Hall, waar het Eurovisiesongfestival 2012 zal plaatsvinden, evenals andere toekomstige evenementen;
G. overwegende dat de pers- en de mediavrijheid vaak met voeten worden getreden; overwegende dat onbegrensde digitale vrijheid, met inbegrip van vrijheid van meningsuiting en van vergadering op internet, in de praktijk niet gewaarborgd is;
H. overwegende dat Azerbeidzjan voor de periode 2012-2013 als niet-permanent lid zitting heeft in de VN-Veiligheidsraad (UNSC), en zich ertoe heeft verbonden de in het VN-Handvest voor de mensenrechten neergelegde waarden in ere te zullen houden;
I. overwegende dat Azerbeidzjan lid is van de Raad van Europa en dat het het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens heeft ondertekend;
1. roept de Azerbeidjaanse autoriteiten op onmiddellijk alle maatregelen stop te zetten die erop gericht zijn de vrijheid van meningsuiting en vergadering te beknotten, aangezien dit onverenigbaar is met de toezeggingen van Azerbeidzjan op het vlak van de democratie, de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;
2. veroordeelt de brutale mishandeling van Idrak Abbasov, journalist bij de krant "Zerkalo" en het "Instituut voor de vrijheid en veiligheid van verslaggevers", door de politie en bewakingsagenten van het staatsoliebedrijf SOCAR, toen hij de vernietiging van huizen in Sulutapa (Bakoe) aan het filmen was;
3. veroordeelt de chantage- en intimidatiecampagne die werd gevoerd tegen onderzoeksjournalist Khadija Ismaylova wegens haar onderzoek naar de vermeende zakenbelangen van de familie van president Aliyev;
4. neemt kennis van het lopende onderzoek dat door de Azerbeidzjaanse autoriteiten is opgestart naar de aanvallen op journalisten; roept de autoriteiten op ervoor te zorgen dat deze incidenten op een effectieve manier worden onderzocht en dat de daders van deze aanvallen worden vervolgd;
5. roept de Azerbeidzjaanse autoriteiten op vredevolle betogingen toe te laten en inmenging van de politie in het werk van de journalisten die de berichtgeving over de betogingen verzorgen te verbieden;
6. veroordeelt het lastigvallen en de intimidatie van en het geweld tegen journalisten en anderen die op een vredevolle manier hun meningen kenbaar maken; roept de autoriteiten op degenen die om politieke redenen worden vastgehouden vrij te laten uit de gevangenis of uit voorlopige hechtenis, met inbegrip van zes journalisten (Anar Bayramli, Ramil Dadashov, Vugar Gonagov, Zaur Guliyev, Aydin Janiyev en Avaz Zeynalli), sociale-mediactivist Bakhtiyar Hajiyev, advocaat en ngo-chef Vidadi Isganderov, mensenrechtenactivist en advocaat Taleh Khasmammadov, alsook activisten die worden vastgehouden omwille van verscheidene politiek gemotiveerde aanklachten met betrekking tot vredevolle betogingen in april 2011;
7. herhaalt zijn standpunt dat de associatieovereenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan waarover momenteel wordt onderhandeld clausules en benchmarks dient te omvatten met betrekking tot de bescherming en de bevordering van de mensenrechten, met name op het vlak van de vrijheid van de media en het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering, in overeenstemming met de beginselen en rechten die zijn vastgelegd in de grondwet van Azerbeidzjan en de door Azerbeidzjan aangegane verplichtingen in het kader van de Raad van Europa en de OVSE;
8. uit zijn sympathie voor de promotoren van de campagne "Sing for Democracy", die werd opgestart naar aanleiding van het in Bakoe georganiseerde Eurovisiesongfestival, en hoopt dat hun actie kan bijdragen tot de verwezenlijking van de onontbeerlijke democratische hervormingen en aanzienlijke verbeteringen van de mensenrechtensituatie in het land;
9. is bezorgd over de gedwongen uitzettingen en de vernietiging van gebouwen in het kader van een ingrijpend wederopbouwplan in Bakoe, dat gedeeltelijk samenhangt met het Eurovisiesongfestival; roept de Azerbeidzjaanse autoriteiten op ervoor te zorgen dat bij de bouw van nieuwe gebouwen in Bakoe de relevante wetgeving wordt nageleefd en dat de hervestiging van mensen gepaard gaat met transparante wettelijke procedures en met een billijke vergoeding;
10. verwelkomt de vrijlating van Elnur Mecidli, lid van de oppositiepartij Volksfront; roept de regering van Azerbeidzjan op een visum te verlenen aan de bijzondere rapporteur voor politieke gevangenen van PACE zodat hij een bezoek kan brengen aan het land, conform zijn mandaat;
11. roept de Azerbeidjaanse autoriteiten op de digitale vrijheden te waarborgen, met inbegrip van niet-gecensureerde toegang tot informatie en communicatie, wat universele rechten zijn die onmisbaar zijn voor mensenrechten als de vrijheid van meningsuiting en de toegang tot informatie, en voor het verzekeren van transparantie en aansprakelijkheid in het openbare leven;
12. roept de Azerbeidjaanse autoriteiten op de ontwerpwet inzake smaad aan te nemen, die voorziet in de afschaffing van strafrechtelijke aansprakelijkheid voor smaad en belediging; verwelkomt de discussies over de goedkeuring van dergelijke wet binnen de Azerbeidjaanse samenleving, de nauwe samenwerking met de OVSE in dit opzicht, en het voornemen van de Azerbeidjaanse autoriteiten om de ontwerpwet voor het einde van het jaar aan te nemen;
13. roept de Azerbeidjaanse autoriteiten op de wetgeving inzake verkiezingen, de vrijheid van vergadering, de vrijheid van vereniging en de mediavrijheid af te stemmen op de internationale normen en te zorgen voor de volledige tenuitvoerlegging ervan;
14. dringt er bij de Azerbeidjaanse autoriteiten op aan meer inspanningen te leveren om alle aspecten van het rechtsstelsel te hervormen: vervolging, proces, vonnis, hechtenis en beroep;
15. roept de Azerbeidjaanse autoriteiten op alle arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met betrekking tot het land na te leven;
16. roept de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad en de Commissie op nauw toezicht te houden op de situatie van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Azerbeidzjan na het Eurovisiesongfestival; roept de Raad op de mogelijkheid te overwegen gerichte sancties te treffen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten, indien deze zouden aanhouden;
17. veroordeelt met klem de door radicale islamitische organisaties en individuen geuite bedreigingen aan het adres van deelnemers aan het komende Eurovisiesongfestival, en met name aan leden van de LGBT-gemeenschap; geeft zijn volledige steun aan het seculiere karakter van Azerbeidzjan en de vrije keuze van de oriëntatie van het buitenlandse beleid van het land;
18. veroordeelt met klem alle vormen en uitingen van terrorisme en hecht veel waarde aan de bijdrage van Azerbeidzjan aan de bestrijding van terrorisme en extremisme op regionaal en internationaal niveau;
19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de EDEO, de regeringen en parlementen van de Republiek Azerbeidzjan en de EU-lidstaten, en de VN-Raad voor de mensenrechten.
Resolutie over de mensenrechtensituatie in Azerbeidzjan
23 mei 2012