Deze website is een overzicht van het werk van Marietje Schaake in het Europees Parlement tussen 2009 en 2019. Marietje is bereikbaar via marietje.schaake@ep.europa.eu

Resolutie over de situatie in Syrië

Marietje
Link naar originele aangenome resolutie. Het Europees Parlement, –   gezien zijn eerdere resoluties over Syrië, met name die van 7 juli 2011 over de situatie in Syrië, Jemen en Bahrein in de context van de situatie in de Arabische wereld en Noord-Afrika, –   gezien de verklaring van 19 augustus 2011 van de Voorzitter van het Europees Parlement over de situatie in Syrië en de reacties van de internationale gemeenschap, –   gezien Besluit 2011/522/GBVB van de Raad van 2 september 2011 houdende wijziging van Besluit 2011/273/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië, Besluit 2011/523/EU van de Raad betreffende gedeeltelijke schorsing van de toepassing van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Arabische Republiek Syrië en Verordening (EU) nr. 878/2011 van de Raad van 2 september 2011 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 442/2011 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië, –   gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid (VV/HV) over Syrië van 8 en 31 juli, 1, 4, 18, 19, 23 en 30 augustus en 2 september 2011, –   gezien de conclusies van de Raad over Syrië van 18 juli 2011, –   gezien de gezamenlijke mededeling van 25 mei 2011 met als titel "Inspelen op de veranderingen in onze buurlanden" van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, –   gezien de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad van 3 augustus 2011, –   gezien de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad over de mensenrechtensituatie in de Arabische Republiek Syrië van 23 augustus 2011, –   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948, –   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) van 1966, waarbij Syrië partij is, –   gezien artikel 110, lid 4, van zijn Reglement, A. overwegende dat sinds het begin van het gewelddadige optreden tegen vreedzame betogers in Syrië in maart 2011 en ondanks de op 21 april door de regering aangekondigde opheffing van de noodtoestand, het stelselmatig doden van mensen, het geweld en de martelingen een dramatische escalatie te zien geven en dat het Syrische leger en de veiligheidstroepen blijven reageren met het gericht doden van personen, martelingen en massale arrestaties; overwegende dat volgens ramingen van de VN meer dan 2.600 mensen om het leven zijn gekomen, veel meer zijn gewond en duizenden zijn opgesloten; B.  overwegende dat de Hoge Commissaris voor de mensenrechten tijdens zijn onderzoeksmissie van 19 augustus bewijzen heeft gevonden van honderden standrechtelijke executies, het gebruik van scherpe munitie tegen demonstranten, de ruime inzet van sluipschutters tijdens protesten, de opsluiting en foltering van mensen van alle leeftijden, de blokkade van steden en gemeenten door de veiligheidstroepen en de vernieling van de watertoevoer; C. overwegende dat de regering van de Arabische Republiek Syrië zich heeft verplicht tot het doorvoeren van democratische en sociale hervormingen, maar dat zij niet de nodige stappen heeft ondernomen om haar toezeggingen na te komen; D. overwegende dat veel Syriërs als gevolg van geweld en ontheemding geconfronteerd worden met een verslechtering van hun humanitaire situatie; overwegende dat buurlanden van Syrië en de internationale gemeenschap aanzienlijke pogingen in het werk stellen om een verergering en escalatie van deze humanitaire crisis te voorkomen; E.  overwegende dat de crisis in Syrië een bedreiging vormt voor de stabiliteit en de veiligheid in het gehele Midden-Oosten; F.  overwegende dat de EU, wegens de escalatie van de brute campagne die het regime tegen het Syrische volk voert, restrictieve maatregelen ten aanzien van het Syrische regime heeft vastgesteld en dat zij overweegt de sancties in kwestie uit te breiden; G. overwegende dat de associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds, nooit ondertekend is; overwegende dat de ondertekening van deze overeenkomst op verzoek van Syrië sinds oktober 2009 is uitgesteld; overwegende dat de Raad heeft besloten geen verdere stappen ter zake te ondernemen en de toepassing van de bestaande samenwerkingsovereenkomst gedeeltelijk te schorsen; H. overwegende dat de nieuwe benadering die de Commissie en de hoge vertegenwoordiger voorstellen om in te spelen op de veranderingen in onze buurlanden, gebaseerd is op een wederzijdse verantwoordingsplicht en het zich gezamenlijk inzetten voor de universele waarden op het gebied van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat; I.   overwegende dat de VN-Mensenrechtenraad op 23 augustus een resolutie heeft aangenomen waarin wordt opgeroepen tot het sturen van een onafhankelijke internationale onderzoekscommissie inzake schendingen van de mensenrechten in Syrië, waarbij sprake kan zijn van misdaden tegen de mensheid; 1.  veroordeelt ten stelligste het toenemende geweld tegen vreedzame betogers en de gewelddadige en stelselmatige vervolging van activisten die ijveren voor democratie en opkomen voor de mensenrechten, alsmede journalisten; is ten zeerste bezorgd over de ernstige schendingen van de mensenrechten door de Syrische autoriteiten, waaronder massale arrestaties, standrechtelijke executies, willekeurige opsluiting, verdwijningen en foltering; 2.  spreekt zijn oprechte medeleven uit met de families van de slachtoffers en zijn solidariteit met het Syrische volk dat strijdt voor zijn rechten, prijst de moed en vastberadenheid van dit volk en steunt krachtig zijn aspiraties met betrekking tot volledige eerbiediging van de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en met betrekking tot de garantie van betere economische en sociale omstandigheden; 3.  steunt de conclusies van de Raad van 18 juli 2011, waarin wordt gesteld dat het Syrische regime, door te kiezen voor onderdrukking in plaats van zijn eigen beloften voor brede hervormingen na te komen, zijn eigen legitimiteit ondergraaft; verzoekt president Bashar al-Assad en zijn regime ogenblikkelijk afstand te doen van de macht, en keurt straffeloosheid af; 4.  dringt er opnieuw op aan het gewelddadige repressieve optreden tegen vreedzame demonstranten en het chicaneren van hun gezinnen te beëindigen, alle opgesloten demonstranten, politieke gevangenen, mensenrechtenactivisten en journalisten vrij te laten en internationale mensenrechtenorganisaties en humanitaire organisaties, alsmede internationale media onbeperkt toegang te verlenen; verzoekt de Syrische autoriteiten de overheidscensuur op plaatselijke en buitenlandse publicaties stop te zetten, de repressieve overheidscontrole op kranten en andere publicaties te beëindigen en de beperkingen met betrekking tot internet en mobiele communicatienetwerken op te heffen; 5.  herhaalt zijn verzoek om een onafhankelijk, transparant en doeltreffend onderzoek naar de moorden, arrestaties, willekeurige vastzetting, vermeende gedwongen verdwijningen en gevallen van foltering door Syrische veiligheidstroepen, om te waarborgen dat de daders ter verantwoording worden geroepen; is in dit verband verheugd over de recente resolutie van de VN-Mensenrechtenraad waarin wordt aangedrongen op een onafhankelijke internationale onderzoekscommissie die in Syrië onderzoek moet doen naar alle aantijgingen van schending van het internationale recht inzake mensenrechten door het regime sinds maart 2011, teneinde de feiten en omstandigheden rond deze misdrijven en schendingen op te helderen, de verantwoordelijken te identificeren en ervoor te zorgen dat de daders ter verantwoording worden geroepen; 6.  dringt er tegelijk op aan dat er onmiddellijk een waarachtig, voor iedereen openstaand politiek proces op gang wordt gebracht waaraan alle democratische politieke krachten en maatschappelijke organisaties deelnemen en dat de basis zou kunnen vormen voor een vreedzame en onomkeerbare overgang naar democratie in Syrië; is in dit verband verheugd over de recente verklaring van de voorzitter van de Veiligheidsraad van de VN, waarin wordt beklemtoond dat de enige oplossing voor de huidige crisis in Syrië is gelegen in een inclusief, door Syriërs geleid politiek proces; verzoekt de leden van de VN-Veiligheidsraad, en met name Rusland en China, over te gaan tot de goedkeuring van een resolutie om het gebruik van dodelijk geweld door het Syrische regime te veroordelen en ertoe op te roepen dit gebruik van geweld te beëindigen, en sancties vast te stellen als hieraan geen gevolg wordt gegeven; neemt kennis van de vergadering van de secretaris-generaal van de Arabische Liga met de Syrische autoriteiten en hoopt dat deze zal leiden tot concrete resultaten; 7.  is tevreden met de goedkeuring door de Raad op 2 september 2011 van nieuwe restrictieve maatregelen tegen het Syrische regime, inclusief een verbod op de import van aardolie in de EU en de toevoeging van vier Syriërs en drie Syrische entiteiten aan de lijst voor de bevriezing van activa en de instelling van een reisverbod; dringt evenwel aan op verdere sancties die gericht zijn tegen het regime, maar de negatieve gevolgen voor de levensomstandigheden van de bevolking tot een minimum beperken; roept de EU op eendracht uit te stralen in haar omgang met de Syrische autoriteiten; 8.  juicht het toe dat buurlanden van Syrië, met name Turkije, humanitaire hulp verlenen aan Syrische vluchtelingen; moedigt de EU en haar lidstaten aan te blijven samenwerken met de leden van de VN-Veiligheidsraad, de buurlanden van Syrië, de Arabische Liga, andere internationale actoren en ngo's om te voorkomen dat de huidige crisis in Syrië, met inbegrip van de humanitaire crisis, eventueel overslaat naar andere gebieden in de regio en dat de humanitaire crisis in het land zelf nog ernstiger wordt; 9.  is verheugd over de veroordeling van het Syrische regime door Turkije en Saoedi-Arabië; betreurt het dat Iran steun blijft geven aan het regime van president Assad; 10. verzoekt de VV/HV, de Raad en de Commissie de totstandkoming van een georganiseerde Syrische democratische oppositie zowel in Syrië zelf als daarbuiten verder aan te moedigen en te ondersteunen; 11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China, de regering en het parlement van de Verenigde Staten, de secretaris-generaal van de Arabische Liga en de regering en het parlement van de Arabische Republiek Syrië.