Link naar aangenomen resolutie
Het Europees Parlement,
– gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,
– gezien de artikelen 2, 3, lid 5, 6, 7, 21 en 27 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de artikelen 10 en 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,
– gezien de toolkit voor bevordering en bescherming van alle mensenrechten van holebi's en transseksuelen (LGBT) die de werkgroep mensenrechten van de Raad van de Europese Unie heeft goedgekeurd,
– gezien resolutie 1728 van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa van 29 april 2010 over discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en seksuele identiteit, en de aanbeveling van de commissie van ministers CM/Rec(2010)5 van 31 maart 2010 over maatregelen ter bestrijding van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid of seksuele identiteit,
– gezien het verslag van het EU-Bureau voor de grondrechten van november 2010 over homofobie, transfobie en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit,
– gezien zijn resolutie van 18 april 2012 over de mensenrechten in de wereld en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie, waaronder de implicaties voor het strategische mensenrechtenbeleid van de EU,
– gezien zijn resolutie van 14 december 2011 over de volgende topbijeenkomst tussen de EU en Rusland,
– gezien zijn resolutie van 28 september 2011 over mensenrechten, seksuele gerichtheid en seksuele identiteit bij de Verenigde Naties,
– gezien zijn resolutie van 19 januari 2011 over de schending van de vrijheid van meningsuiting en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid in Litouwen,
– gezien zijn resolutie van 17 september 2009 over de Litouwse wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke gevolgen van openbare informatie,
– gezien zijn eerdere resoluties over homofobie, en met name die van 26 april 2007 over homofobie in Europa, die van 15 juni 2006 over de toename van racistisch en homofoob geweld in Europa en die van 18 januari 2006 over homofobie in Europa,
– gezien artikel 110, leden 2 en 4, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de Europese Unie is gegrondvest op de waarden eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, en dat de Unie deze waarden in haar betrekkingen met de rest van de wereld moet handhaven en bevorderen;
B. overwegende dat homofobie wordt omschreven als de irrationele angst voor en afkeer van homoseksualiteit en holebi's en transseksuelen (LGBT), gebaseerd op vooroordelen die vergelijkbaar zijn met racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme en seksisme, en overwegende dat homofobie zich in de privésfeer en in het openbaar op verschillende manieren manifesteert, bijvoorbeeld in uitingen van haat en aansporing tot discriminatie, het belachelijk maken en verbaal, psychisch en fysiek geweld, vervolging en moord, discriminatie in strijd met het gelijkheidsbeginsel en ongerechtvaardigde en onredelijke beperking van de rechten, veelal onder het mom van openbare orde, vrijheid van godsdienst en het recht op gewetensbezwaren;
C. overwegende dat er in Rusland strafrechtelijke en bestuursrechtelijke wetten tegen "propaganda voor homoseksualiteit" zijn uitgevaardigd in de regio's Ryazan (2006), Archangelsk (2011), Kostroma en Sint-Petersburg (2012) en dergelijke wetten momenteel worden overwogen in de regio's Novosibirsk, Samara, Kirov, Krasnoyarsk en Kaliningrad; overwegende dat deze wetten voorzien in verschillende boetes van maximaal 1270 euro voor personen en maximaal 12 7000 voor verenigingen en bedrijven; overwegende dat de Staatsdoema een vergelijkbare wet bestudeert;
D. overwegende dat bij het parlement van Oekraïne twee in 2011 en 2012 ingediende wetsvoorstellen in behandeling zijn die "het verspreiden van homoseksualiteit" tot een misdrijf zouden maken, inclusief "het houden van bijeenkomsten, parades, acties, demonstraties en massa-evenementen met als doel de opzettelijke verspreiding van ongeacht welke positieve informatie over homoseksualiteit", en die voorzien in boetes en maximaal vijf jaar gevangenisstraf; overwegende dat de commissie voor vrijheid van meningsuiting en informatie van het Oekraïense parlement deze wetsontwerpen steunt;
E. overwegende dat in Moldavië de steden Bălți, Sorochi, Drochia, Cahul, Ceadîr Lunga en Hiliuţi evenals de districten Anenii Noi en Basarabeasca onlangs wetten hebben aangenomen die de "agressieve propaganda van niet-traditionele seksuele gerichtheden" en in één geval "moslimactiviteit" verbieden, en overwegende dat dergelijke maatregelen reeds als ongrondwettig zijn verklaard door de staatskanselarij in Chetriş;
F. overwegende dat het in Litouwen juridisch onduidelijk blijft of openbare informatie de acceptatie van homoseksualiteit mag voorstaan of niet, dit op grond van de in 2010 gewijzigde wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke gevolgen van openbare informatie;
G. overwegende dat in Letland een lid van de gemeenteraad van Riga onlangs een voorstel heeft ingediend om "propaganda voor homoseksualiteit" te verbieden, met als doel het plaatsvinden van de Baltic Pride in maart 2012 te verhinderen, maar dat dit voorstel nog niet is behandeld;
H. overwegende dat in Hongarije de ultrarechtse partij Jobbik onlangs verschillende wetsontwerpen heeft ingediend om een nieuw strafbaar feit te creëren, namelijk het "propageren van afwijkingen in seksueel gedrag", en dat Fidesz voorafgaand aan de gayparade van Boedapest in de gemeenteraad van Boedapest een lokale verordening heeft ingediend om "obscene marsen te beperken", en overwegende dat deze voorstellen vervolgens zijn ingetrokken;
I. overwegende dat de EU-delegatie in Moldavië haar "diepe teleurstelling en bezorgdheid" heeft uitgesproken over "deze uitingen van intolerantie en discriminatie";
J. overwegende dat de Commissie heeft verklaard dat er haar veel aan gelegen is om te zorgen voor eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in de EU, en dat er voor homofobie geen plaats is in Europa;
K. overwegende dat zowel lidstaten als derde landen nog steeds te kampen hebben met homofobie, die zich onder meer uit in moorden, het verbieden van gayparades en marsen voor gelijke rechten, openbaar gebruik van opruiende, dreigende en haatdragende taal, politie die niet genoeg bescherming biedt, en toestemming voor gewelddadige demonstraties van homofobe groepen;
L. overwegende dat het Europees Parlement zich blijft inzetten voor gelijkheid en tegen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit in de EU, en in het bijzonder voor de aanneming van de richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, die door de bezwaren van sommige lidstaten is tegengehouden, voor de komende voorstellen inzake wederzijdse erkenning van de rechtskracht van documenten van de burgerlijke stand, voor de komende herziening van het kaderbesluit betreffende racisme en vreemdelingenhaat met als doel homofobe misdrijven hierin op te nemen, en voor een allesomvattende routekaart voor gelijkheid zonder discriminatie op grond van seksuele gerichtheid of genderidentiteit;
Situatie in de Europese Unie
1. veroordeelt met klem elke vorm van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid en genderidentiteit en betreurt ten zeerste dat de grondrechten van LGBT ook in de Europese Unie nog niet altijd ten volle worden geëerbiedigd; verzoekt de lidstaten daarom ervoor te zorgen dat lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen beschermd worden tegen homofobe haatdragende taal en geweld, en erop toe te zien dat partners van hetzelfde geslacht evenveel respect, waardigheid en bescherming genieten als de rest van de samenleving; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan het bezigen van homofobe haatdragende taal en het aanzetten tot haat en geweld krachtig te veroordelen en erop toe te zien dat de vrijheid van demonstratie, die door alle mensenrechtenverdragen wordt gewaarborgd, in de praktijk ook wordt geëerbiedigd;
2. verzoekt de Commissie het kaderbesluit betreffende racisme en vreemdelingenhaat te herzien en aan te scherpen en het toepassingsgebied ervan uit te breiden door toevoeging van haatmisdaden op grond van seksuele gerichtheid, genderidentiteit en -expressie;
3. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat discriminatie op grond van seksuele gerichtheid in alle sectoren verboden wordt door middel van de afronding van het anti-discriminatiepakket krachtens artikel 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
4. verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat Richtlijn 2004/38/EG inzake vrij verkeer wordt uitgevoerd zonder discriminatie op grond van seksuele gerichtheid, en verzoekt de Commissie, uitgaande van het beginsel van wederzijdse erkenning, maatregelen voor te stellen voor de wederzijdse erkenning van de rechtskracht van documenten van de burgerlijke stand;
5. vestigt de aandacht op de bevindingen van het EU-Bureau voor de grondrechten in zijn verslag "Homofobie, transfobie en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en seksuele identiteit"; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan zoveel mogelijk gevolg te geven aan de daarin verwoorde opvattingen;
6. verzoekt de Commissie de uitkomsten van het toekomstige Europese LGBT-onderzoek van het Bureau voor de grondrechten zorgvuldig te bestuderen en passende maatregelen te nemen;
7. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het jaarverslag over de toepassing van het Handvest van de grondrechten een strategie bevat, gericht op een sterkere bescherming van de grondrechten in de EU, met volledige, omvattende informatie over het aantal gevallen van homofobie in de lidstaten en oplossingen en acties die worden voorgesteld om hieraan een einde te maken;
8. herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om een allesomvattende routekaart voor gelijkheid zonder discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit voor te leggen;
9. is van mening dat de grondrechten van LGBT beter worden beschermd indien zij toegang hebben tot wettelijke instellingen zoals samenwoning, geregistreerd partnerschap en huwelijk; verheugt zich over het feit dat dit momenteel in 16 lidstaten mogelijk is en vraagt de andere lidstaten te overwegen het voorbeeld van deze landen te volgen;
Homofobe wetten en vrijheid van meningsuiting in Europa
10. maakt zich ernstig zorgen over ontwikkelingen die hun oorsprong vinden in misvattingen over homo- en transseksualiteit en een beperking van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering inhouden; is van mening dat de lidstaten van de EU een voorbeeldfunctie hebben voor wat de toepassing en bescherming van de grondrechten in Europa betreft;
11. betreurt dat dergelijke wetten inmiddels al gebruikt worden om burgers – ook heteroseksuele burgers – die aangeven dat ze holebi's en transseksuelen steunen, tolereren of accepteren, te arresteren en te beboeten; betreurt eveneens dat deze wetten homofobie en soms zelfs geweld legitimeren, zoals bij de gewelddadige aanval op een bus met LGBT-activisten op 17 mei 2012 in Sint-Petersburg;
12. veroordeelt het geweld en de dreigementen in verband met de gaypride in Kiev van 20 mei 2012, waarbij de afranseling van twee kopstukken van de gaypride ertoe leidde dat de parade werd afgeblazen; brengt in herinnering dat eerbiediging van de grondrechten zoals vastgelegd in de Verdragen een voorwaarde vormt voor de sluiting van overeenkomsten met de EU, en vraagt Oekraïne daarom wetgeving in te voeren om discriminatie, inclusief discriminatie op grond van seksuele gerichtheid, te verbieden; is van mening dat de huidige ontwikkelingen in Oekraïne strijdig zijn met deze voorwaarde; verzoekt de Oekraïense autoriteiten de relevante wetsontwerpen onmiddellijk in te trekken, wetgeving voor te stellen die discriminatie – inclusief discriminatie op grond van seksuele gerichtheid – verbiedt en zich in te spannen voor een veilige parade in Kiev volgend jaar;
13. benadrukt het feit dat de term "propaganda" zelden gedefinieerd wordt; vindt het beangstigend dat de mediakanalen overduidelijk aan zelfcensuur doen, burgers geïntimideerd worden en bang zijn hun mening te uiten en verenigingen en bedrijven die gebruikmaken van homovriendelijke onderscheidingstekens (zoals regenbogen), kunnen worden vervolgd;
14. benadrukt dat deze wetten en voorstellen in strijd zijn met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, dat op grond van seksuele gerichtheid discriminerende wetten en praktijken(1) verbiedt en waarbij Rusland, Oekraïne, Moldavië en alle EU-lidstaten partij zijn; verzoekt de Raad van Europa deze mensenrechtenschendingen te onderzoeken, na te gaan of zij verenigbaar zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Raad van Europa en het partij zijn bij het Europees Mensenrechtenverdrag, en passende maatregelen te nemen;
15. benadrukt voorts dat onderwijs van het grootste belang is en wijst op de behoefte aan goede, toegankelijke en respectvolle seksuele voorlichting; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan homofobie nog doeltreffender te bestrijden via het onderwijs en door middel van maatregelen van administratieve, gerechtelijke of wetgevende aard;
16. benadrukt ten slotte dat nationale en internationale rechtbanken consequent oordelen dat bezorgdheid om de publieke moraal geen gegronde reden vormt om mensen op verschillende wijze te behandelen, ook op het vlak van de vrijheid van meningsuiting; wijst erop dat verreweg de meeste landen in Europa dergelijke wetten niet kennen en toch een bloeiende, gevarieerde en respectvolle samenleving hebben;
17. vraagt de bevoegde instanties in Rusland, Oekraïne, Moldavië en alle EU-lidstaten om blijk te geven van respect voor het beginsel van niet-discriminatie en toe te zien op de naleving van dit beginsel, en deze wetten en voorstellen in het licht van de internationale wetgeving inzake de mensenrechten alsook hun verbintenissen in dit kader te herroepen;
18. doet een beroep op de Commissie, de Raad en de Dienst voor extern optreden om kennis te nemen van deze verboden en ze met name in de context van binnenlandse zaken, bilaterale dialoog en het Europees Nabuurschapsbeleid te veroordelen; doet voorts een beroep op de Raad van de Europese Unie en de Dienst voor extern optreden om deze kwestie in het kader van relevante internationale fora, zoals de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de Verenigde Naties, aan te kaarten;
19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de nationale regeringen en parlementen van Rusland en Oekraïne en de in deze resolutie genoemde Russische regionale parlementen en Moldavische gemeenteraden.
Resolutie over de strijd tegen homofobie in Europa
22 mei 2012