Resolutie over de top EU-Rusland

Marietje
Het Europees Parlement, –   gezien de bestaande partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds(1), en de in 2008 begonnen onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland, alsmede het "partnerschap voor modernisering" dat in 2010 van start is gegaan, –   gezien de doelstelling die de EU en Rusland delen, als omschreven in de gemeenschappelijke verklaring afgelegd na de 11de topontmoeting EU-Rusland in Sint Petersburg op 31 mei 2003, namelijk de invoering van een gemeenschappelijke economische ruimte, een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en gerechtigheid, een gemeenschappelijke ruimte van samenwerking op het gebied van externe veiligheid en een gemeenschappelijke ruimte van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van culturele aspecten (de "vier gemeenschappelijke ruimtes"), –   gezien zijn voorgaande verslagen en resoluties over Rusland en de betrekkingen tussen de EU en Rusland, met name zijn resolutie van 17 februari 2011(2) over de rechtsstaat, van 17 juni 2010(3) over de topontmoeting EU-Rusland, van 12 november 2009(4) over de voorbereidingen voor de topontmoeting EU-Rusland in Stockholm op 18 november 2009, zijn resolutie van 17 september 2009(5) over de moord op mensenrechtenactivisten in Rusland en zijn resolutie van 17 september 2009(6) over externe aspecten van de energiezekerheid, –   gezien het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, en de laatste vergadering in dat kader op 4 mei 2011, –   gezien de overeenkomsten die zijn ondertekend en de gezamenlijke verklaringen die zijn afgelegd op de topontmoeting EU-Rusland te Rostov-aan-de-Don op 31 mei en 1 juni 2010, –   gezien de verklaring die Catherine Ashton, de hoge vertegenwoordiger van de EU, op 24 mei 2011 heeft afgelegd over de rechtszaak tegen Michail Chodorkovski en Platon Lebedev, –   gezien de gemeenschappelijke verklaring die de covoorzitters van de parlementaire samenwerkingscommissie EU-Rusland op 18 mei 2011 in Sochi hebben afgelegd, –   gezien de agenda van de top EU-Rusland die op 9 en 10 juni 2011 zal plaatsvinden te Nizhny Novgorod, –   gezien artikel 110, lid 4, van zijn Reglement, A. overwegende dat Rusland, dat een permanent lid is van de VN-Veiligheidsraad, samen met de Europese Unie een gedeelde verantwoordelijkheid heeft om de stabiliteit en veiligheid in de wereld te handhaven en dat nauwere samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van bijzonder belang zijn voor de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van Europa en daarbuiten; overwegende dat het van groot belang is dat de EU met één stem spreekt en solidariteit aan de dag legt in haar betrekkingen met de Russische Federatie en dat deze betrekkingen gebaseerd zijn op gemeenschappelijke belangen en waarden, B.  overwegende dat de sluiting van een strategische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de Russische Federatie van het allergrootste belang blijft voor de verdere ontwikkeling en intensivering van de samenwerking tussen de beide partners, C. overwegende dat de EU en Rusland onderling afhankelijk van elkaar zijn, zowel in economische als in politieke zin; overwegende dat de Europese Unie zich blijft inzetten voor het aanhalen en ontwikkelen van de betrekkingen met Rusland, omdat zij zeer gehecht is aan de democratische beginselen, D. overwegende dat er bezorgdheid blijft bestaan over de eerbiediging en bescherming door Rusland van fundamentele mensenrechten, de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, politieke controle van de media, onderdrukkende maatregelen tegen journalisten en oppositieleden en een eerlijk verloop van verkiezingen; overwegende dat de Russische Federatie volwaardig lid is van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en zich daarmee heeft verplicht tot naleving van de beginselen van de democratie en eerbiediging van de mensenrechten, E.  overwegende dat het Europese Hof voor de rechten van de mens de Russische Federatie in vele arresten veroordeeld heeft voor ernstige schendingen van de mensenrechten; overwegende dat de tenuitvoerlegging van de arresten beneden de maat blijft, F.  overwegende dat de vele problemen op internationaal niveau, met name met betrekking tot het Midden-Oosten, Libië, Iran, terrorisme, energiezekerheid, klimaatverandering en de financiële crises, niet kunnen worden opgelost zonder verantwoorde en coöperatieve betrekkingen met Rusland, G. overwegende dat goede buurbetrekkingen, vrede en stabiliteit in de gezamenlijke buurlanden in het belang van zowel Rusland als de EU zijn; overwegende dat Rusland, bijna drie jaar na het conflict met Georgië, nog steeds niet de overeenkomsten van 12 augustus en 8 september 2008 inzake de terugtrekking van de troepen tot de posities van voor het conflict uit de bezette Georgische provincies Zuid-Ossetië en Abchazië naleeft en de waarnemingsmissie van de Europese Unie (EUMM) geen volledige, onbeperkte toegang verschaft tot die gebieden, 1.  bevestigt opnieuw zijn overtuiging dat Rusland een van de belangrijkste partners van de Europese Unie is bij de totstandbrenging van strategische samenwerking, aangezien het land niet alleen economische en handelsbelangen deelt, maar tevens de doelstelling om op mondiaal niveau en in Europa nauw samen te werken; 2.  merkt op dat de top in Nizjny Novgorod zich met name zal richten op gemeenschappelijke problemen waarmee zowel de EU als Rusland af te rekenen hebben (zoals de economische en financiële crisis, het Partnerschap voor modernisering, de toetreding tot de WTO, kwesties die te maken hebben met energie en energieveiligheid, mobiliteit en visumvrij reizen tussen de EU en Rusland, internationale en regionale vraagstukken, samenwerking bij crisisbeheersing, mensenrechten en de rechtsstaat); 3.  dringt er bij de EU en Rusland op aan om de gelegenheid van de aanstaande topontmoeting aan te grijpen om een impuls te geven aan een tijdige afronding van de onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, uitgaande van de onderlinge afhankelijkheid van de EU en Rusland, en benadrukt dat het een groot voorstander is van een allesomvattende, wettelijke bindende overeenkomst die zowel betrekking heeft op het politieke, economische en het sociale stelsel en derhalve ook alle terreinen omvat die verband houden met democratie, rechtsstaat, eerbiediging van mensenrechten, met name grondrechten, en die integraal deel moeten uitmaken van de overeenkomst, mits Rusland bereid is stappen te ondernemen om de rechtsstaat te verbeteren alsmede de eerbiediging van de mensenrechten; 4.  spreekt nogmaals zijn steun uit voor het Partnerschap voor modernisering; verwelkomt het initiatief om een gezamenlijk voortgangsverslag uit te brengen, maar benadrukt tevens dat overeenstemming moet worden bereikt over de volgende stappen in overeenstemming met de resultaten die tot dusverre zijn behaald in het kader van de vier gemeenschappelijke ruimten EU-Rusland, alsmede met de resterende hiaten; steunt met name de samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en benadrukt dat de vier gemeenschappelijke ruimten gebaseerd zijn op het beginsel van wederkerigheid; dringt er derhalve op aan dat op de aanstaande topontmoeting EU-Rusland actie wordt ondernomen om concrete doelen te formuleren; onderstreept dat ervoor gezorgd moet worden dat er een doelmatige, onafhankelijk functionerende rechterlijke macht komt en dat de bestrijding van corruptie wordt geïntensiveerd; benadrukt dat de EU bereid is op alle mogelijke manieren bij te dragen tot verbetering van de doelmatigheid van een onafhankelijke rechtsstelsel in Rusland; is verheugd dat Rusland heeft aangekondigd de OESO-overeenkomst ter bestrijding van omkoping van buitenlandse overheidsambtenaren te zullen ondertekenen; 5.  hoopt dat de top een oplossing zal brengen voor de laatste problemen in verband met de toetreding van Rusland tot de WTO na de ondertekening in december 2010 van de bilaterale overeenkomst tussen de EU en Rusland die deze toetreding mogelijk maakt; herhaalt dat het Ruslands toetreding, omdat het zorgt voor een gelijk speelveld voor het bedrijfsleven in beide partijen en de wereldhandel zal faciliteren en liberaliseren; verzoekt de Russische autoriteiten een stabiel en betrouwbaar juridisch kader tot stand te brengen, zodat economische activiteiten naar behoren geregeld kunnen worden; benadrukt dat naleving van alle WTO-regels een voorwaarde is voor Ruslands toetreding tot de WTO, inclusief het intrekken van protectionistische maatregelen, wat inhoudt dat wrijvingen in het handelsverkeer, zoals de douane-unie Rusland-Kazachstan-Belarus, worden weggenomen, omdat deze geleid heeft tot hogere geconsolideerde handelstarieven; 6.  onderstreept dat het WTO-lidmaatschap en de implementatie daarvan Rusland zal helpen om meer buitenlandse investeerders aan te trekken en zijn economie te diversifiëren, via een regelgevend kader dat het investeerdersvertrouwen verhoogt; vraagt de Russische autoriteiten geen ongerechtvaardigde protectionistische maatregelen te nemen onder het mom van bescherming van de volksgezondheid; roept de Russische autoriteiten in dit verband op om het huidige importverbod voor groenten uit de EU te herzien; 7.  neemt kennis van de dialoog die tussen de Europese Unie en Rusland wordt gevoerd over verdere liberalisering van het visumbeleid; herhaalt zijn toezegging inzake de langetermijndoelstelling van visumvrij reizen tussen de EU en Rusland, gebaseerd op een stapsgewijze benadering die gericht is op essentie en concrete vorderingen; is ingenomen met de lijst van gezamenlijke maatregelen (stappenplan) voor visumvrij reizen tussen Rusland en de EU, die is aangekondigd in mei 2011; onderstreept het feit dat deze dialoog moet aansluiten bij het proces inzake de liberalisering van het visumbeleid voor de landen van het oostelijk partnerschap; herinnert eraan dat zowel de EU als Rusland de gesloten overeenkomsten nauwgezet moeten naleven; dringt er bij de hoge vertegenwoordiger en de Commissie op aan om Rusland ervan te overtuigen de uitgifte van paspoorten aan bewoners van de bezette provincies Zuid-Ossetië en Abchazië te staken; benadrukt dat inbreuken op de veiligheid in Europa moeten worden voorkomen; dringt aan op verdere samenwerking op het gebied van illegale immigratie, betere controles bij grensposten en een betere informatie-uitwisseling inzake terrorisme en georganiseerde misdaad; 8.  benadrukt het belang van energiezekerheid en is van mening dat Ruslands energiebeleid ten opzichte van de lidstaten en de gemeenschappelijke buurlanden een lakmoesproef wordt voor de werkelijke overtuiging van Rusland om de weg op te gaan van modernisatie en democratisering; benadrukt dat de levering van natuurlijke hulpbronnen niet mag worden gebruikt als politiek instrument; wijst erop dat de beginselen van onderlinge afhankelijkheid en transparantie het fundament dienen te zijn voor een dergelijke samenwerking, evenals gelijke toegang tot markten, infrastructuur en investeringen; is verheugd dat ook aan Russische zijde belang wordt gesteld in een wettelijk bindend energiekader; merkt eens te meer op dat de EU belang heeft bij een evenwichtige trilaterale oplossing voor de verhoudingen tussen de EU, Rusland en Oekraïne wat betreft toekomstige gastransporten naar de EU; dringt aan op nauwe samenwerking tussen de EU en Rusland op het gebied van de levering van grondstoffen en zeldzame aardmetalen, met name die die beschouwd worden als kritiek en dringt in dit verband aan op eerbiediging van de internationale regels, met name de WTO-regels; 9.  dringt er bij de Raad en de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de beginselen van het Energiehandvest en het daaraan gehechte Transitprotocol worden opgenomen in een nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Rusland, om te zorgen voor een betrouwbare en veilige energievoorziening die gebaseerd is op gelijke normen; is ingenomen met de ondertekening in februari 2011 van een geactualiseerd vroegsignaleringssysteem om de coördinatie in geval van probleemsituaties aan de vraag- of aanbodzijde verder te verbeteren; verwelkomt het akkoord tot instelling van een adviesforum voor gasvoorziening dat – mede vanuit de industrie – aanbevelingen moet helpen formuleren met betrekking tot de ontwikkelingen in de Russische en Europese gasmarkten; 10. dringt er bij de Russische Federatie op aan zijn bijdrage aan de aanpak van klimaatverandering te versterken, door middel van het verlagen van de binnenlandse emissies van broeikasgassen, met name door de energie-efficiëntie te verhogen; roept op tot nauwe samenwerking tussen de EU en Rusland in verband met de internationale onderhandelingen over een omvattend beleidskader voor klimaatmaatregelen voor de periode na -2012 krachtens het UNFCCC en het Protocol van Kyoto; 11. verwacht dat er op de top EU-Rusland naar zal worden gestreefd dat de EU-partners zich zullen vastleggen op de strengste veiligheidsnormen en zich zullen verbinden tot de toepassing van ambitieuze stresstests voor kerncentrales en tot nauwere internationale samenwerking, na de ervaringen met de nog altijd voortdurende nucleaire crisis van de centrale in Fukushima; is van mening dat dit met name geldt voor kernreactors van het Tsjernobyl-type die nog altijd in gebruik zijn; 12. wijst erop dat de top plaatsvindt op een cruciaal moment in de aanloop naar de verkiezingen voor de Russische Staatsdoema en benadrukt dat het van belang is dat deze verkiezingen vrij en eerlijk zijn en gebaseerd zijn op de tenuitvoerlegging van de verkiezingsnormen die zijn vastgesteld door de Raad van Europa en de OVSE; wijst erop dat sommige registratieprocedures van politieke partijen en kandidatenlijsten onrechtvaardig zijn gebleken en derhalve een belemmering vormen voor vrije en eerlijke verkiezingen; is ontstemd over de eventuele beperkingen die er zouden gelden voor oppositiepartijen om zich aan te melden voor de verkiezingen en dringt er bij Rusland op aan actie te ondernemen om zich te houden aan de door de Raad van Europa en de OVSE vastgestelde verkiezingsnormen; dringt er bij de Russische autoriteiten op aan toestemming te geven voor een langdurige verkiezingswaarnemingsmissie van de OVSE/Raad van Europa die in een zo vroeg mogelijk stadium moet beginnen en verzoekt de HV/VV aan te dringen op de instelling van een missie voor dat doel; 13. bevestigt dat het dringend noodzakelijk is dat Rusland de grondbeginselen van democratie, rechtsstaat, de mensenrechten en persvrijheid toepast, als basis voor samenwerking; dringt er bij Rusland op aan concrete maatregelen te nemen om de mensenrechtensituatie te verbeteren en journalisten, mensenrechtenactivisten, minderheden en oppositieleden te beschermen tegen geweld en intimidatie; 14. is ingenomen met de bereidheid van de Russische Federatie om een open en constructieve dialoog aan te gaan over de belangrijkste onderwerpen die aan de orde zijn gesteld door EU-vertegenwoordigers op het mensenrechtenoverleg van 4 mei; roept op tot openstelling van dit proces voor doelmatige inbreng van het Europees Parlement, de Russische Doema, en participatie van relevante Russische autoriteiten, waaronder het Ministerie van Justitie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken, alsmede van ngo's op het gebied van mensenrechten, ongeacht of de dialoog in Rusland of in een lidstaat van de EU plaatsvindt; benadrukt dat er nauwe contacten moeten worden onderhouden en dat er steunprogramma's moeten worden gefinancierd voor de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld in Rusland; geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de status van ngo's en mensenrechtenactivisten in Rusland; verwelkomt het besluit van het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken om een ​​ambassadeur voor de dialoog over de mensenrechtenproblematiek in het algemeen te benoemen; 15. herinnert de Commissie en de Raad aan het door het Europees Parlement in de begroting 2011 opgenomen voorstel om een in de marge van de tweejaarlijkse toppen EU‑Rusland een dialoog van het maatschappelijk middenveld op te zetten; roept ertoe op het Civil Society Forum EU-Rusland op te nemen in het kader van het partnerschap voor modernisering; 16. neemt met bezorgdheid kennis van de uitspraak van het Russische hof van beroep tegen Michail Chodorkovski en zijn zakenpartner Platon Lebedev van 26 mei 2011 als de voortzetting van de politiek gemotiveerde uitspraken; veroordeelt de politieke inmenging in het proces; verwelkomt het besluit van president Medvedev om deze zaak door de Presidentiële Raad voor de mensenrechten nader te laten onderzoeken; verwelkomt de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in deze zaak waarin het Hof de stelling van de heer Chodorkovski accepteert dat hij onrechtmatig wordt vastgehouden; neemt kennis van het besluit van President Medvedev om een onderzoek te starten naar de strafrechtelijke beschuldigingen tegen Sergej Magnitski; spoort de onderzoekscommissie aan zo spoedig mogelijk een onafhankelijk en grondig onderzoeksrapport te publiceren; is verheugd over de veroordelingen in verband met de moord op Anastasia Baboerova en Stanislav Markelov, en dringt er bij de Russische autoriteiten op aan hun werkzaamheden aan deze zaak te blijven voortzetten; neemt kennis van de arrestatie van de vermoedelijke dader van de moord op Anna Politkovskaja; 17. betreurt dat Rusland, ondanks zijn verplichtingen als lid van de Raad van Europa om het recht van vereniging te eerbiedigen, nog steeds vreedzame bijeenkomsten van burgers verbiedt of met geweld uiteendrijft, zoals onlangs nog het geval was voor de Gay Pride-mars in Moskou, die voor het zesde achtereenvolgende jaar werd verboden, hoewel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens daarover in april 2011 een definitieve uitspraak heeft gedaan; verwacht dat de EU-delegaties en -diplomaten voortaan de Toolkit voor de bevordering en bescherming van alle mensenrechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LGBT) actief toepassen; 18. wijst erop dat Rusland dringend een oplossing moet vinden voor het probleem van de legale status van een groot aantal niet-burgers in Rusland; 19. geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de fatale incidenten in Nagorno-Karabach en is verheugd over de gezamenlijke verklaring van de G8-partners van 26 mei 2011 waarin benadrukt wordt dat er overeenstemming is bereikt over een doorbraak naar een vreedzame oplossing van het conflict in Nagorno-Karabach; verzoekt Rusland bij te dragen aan het vinden van een oplossing voor het conflict in plaats van wapens te leveren aan beide partijen; dringt er bij de hv/vv op aan stappen te ondernemen om een potentiële escalatie van het conflict te voorkomen en verzoekt om maatregelen tegen partijen die het bestand van Bisjkek schenden; 20. dringt er bij Rusland op aan de overeenkomsten die het ondertekend heeft te eerbiedigen en aan alle voorwaarden van het Zespuntenakkoord te voldoen en om onmiddellijk al zijn troepen terug te trekken tot de posities van voor het conflict uit de bezette Georgische gebieden Zuid-Ossetië en Abchazië, en de waarnemingsmissie van de Europese Unie (EUMM) volledige, onbeperkte toegang tot die gebieden te verschaffen; 21. dringt er bij Rusland op aan een constructieve opstelling in te nemen ten aanzien van Trans-Dnjestrië en de onderhandelingen over het conflict daar en beschouwt Trans-Dnjestrië als een testcase voor de wederzijdse EU-Russische steun voor de oplossing van "bevroren conflicten", en verzoekt om in dit verband de officiële 5+2-onderhandelingen weer op te pakken met als streven om zo snel mogelijk een oplossing te bereiken (Meseberg-initiatief); 22. is van mening dat Rusland met zijn vetorecht in de VN-Veiligheidsraad zijn verantwoordelijkheid moet nemen in internationale crises en dat het de soevereiniteit van zijn buurlanden ten volle moet waarborgen en eerbiedigen; dringt er bij Rusland in dit verband op aan geen druk uit te oefenen op Oekraïne om toe te treden tot de douane-unie Rusland-Kazachstan-Belarus; 23. roept op tot een nadere uitgebreide dialoog tussen de Russische Federatie en de Verenigde Staten over veiligheidskwesties, inclusief de instelling van een raketschild; 24. verzoekt de EU-vertegenwoordigers tijdens de top alle in deze resolutie aan de orde komende kwesties naar voren te brengen; 25. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.
(1) PB L 327 van 28.11.1997, blz. 1.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA-PROV(2011)0066.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0234.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2009)0064.
(5) Aangenomen teksten, P7_TA(2009)0022.
(6) Aangenomen teksten, P7_TA(2009)0021.