Het Europees Parlement ,
– gezien artikel 18 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948 en artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Syrië partij is,
– gezien de verklaringen van de woordvoerder van hoge vertegenwoordiger van de EU Catherine Ashton van 30 augustus 2011 over de verslechtering van de mensenrechtensituatie in Syrië en van 23 september 2011 over de situatie van Rafah Nashed in Syrië,
– gezien de verklaringen waarin werd opgeroepen tot vrijlating van Rafah Nashed, afgelegd op de plenaire vergaderingen van 14, 15 en 29 september 2011 door Isabelle Durant en Libor Rouček, ondervoorzitters van het Europees Parlement, en Veronique de Keyser, ondervoorzitter van de S&D-Fractie,
– gezien de conclusies van de Raad van 10 en 23 oktober 2011 en de op 13 oktober 2011 vastgestelde sancties,
– gezien de resoluties van het Parlement van 7 april 2011
(1) en 7 juli 2011
(2) over de situatie in Syrië, Bahrein en Jemen,
– gezien zijn resolutie van 15 september 2011
(3) over de situatie in Syrië,
– gezien artikel 122, lid 5, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Rafah Nashed, de eerste praktiserende psychoanalyticus in Syrië en oprichtster van de Damascus School of Psychoanalysis, op 10 september 2011 zonder opgave van redenen gearresteerd werd op het vliegveld van Damascus door ambtenaren van de veiligheidsdiensten; dat zij zowel bekendheid geniet vanwege het behandelen van slachtoffers van psychologische trauma's als vanwege haar actieve inzet voor de dialoog tussen alle Syriërs;
B. overwegende dat mevrouw Rafah Nashed 66 jaar is en haar gezondheidstoestand precair is, aangezien zij een hartaandoening heeft, herstellend is van kanker en aan hoge bloeddruk lijdt, en regelmatige medicatie nodig heeft; dat haar gezondheidstoestand achteruitgaat in de gevangenis, waar haar hartaandoening ernstiger wordt;
C. overwegende dat mevrouw Nashed op weg was naar Parijs om bij haar zwangere dochter te zijn toen zij zonder opgave van redenen in de gevangenis werd gezet, waar zij aanvankelijk in het geheim werd vastgehouden;
D. overwegende dat zij op 14 september 2011 werd beschuldigd van „activiteiten die de staat zouden kunnen destabiliseren” en dat de rechter weigerde haar op borgtocht vrij te laten; dat de aard van de aanklacht en de paranoia die het regime de afgelopen zes maanden in zijn greep heeft, doen vrezen dat haar detentie van lange duur zal zijn met als doel de hele Syrische intellectuele gemeenschap te intimideren;
E. overwegende dat er in slechts enkele uren tijds een grootscheepse internationale campagne werd gelanceerd en dat er onder meer een petitie werd opgesteld waarin gevraagd werd om haar onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating;
1. veroordeelt met klem de willekeurige arrestatie en gevangenhouding van mevrouw Rafah Nashed door de Syrische autoriteiten;
2. geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de situatie van mevrouw Nashed, gezien haar precaire gezondheidstoestand;
3. roept de Syrische autoriteiten op mevrouw Nashed om medische en humanitaire redenen onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten en ervoor te zorgen dat haar lichamelijke veiligheid wordt gewaarborgd en dat zij onverwijld kan terugkeren naar haar familie;
4. verzoekt de Syrische autoriteiten om humanitaire organisaties en artsen toe te staan de slachtoffers van geweld te behandelen, hun toegang te verlenen tot alle delen van het land en hen in staat te stellen hun legitieme en vreedzame werk te verrichten zonder vrees voor represailles en zonder enige beperking of juridische pesterij; verzoekt de Syrische autoriteiten de internationale mensenrechtenstandaards en internationale verbintenissen na te leven en vrijheid van mening en meningsuiting te waarborgen;
5. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Arabische Liga en de regering en het parlement van de Arabische Republiek Syrië.