Deze website is een overzicht van het werk van Marietje Schaake in het Europees Parlement tussen 2009 en 2019. Marietje is bereikbaar via marietje.schaake@ep.europa.eu

Resolutie over Jemen: de vervolging van minderjarige delinquenten, in het bijzonder de zaak van Muhammed Taher Thabet

Marietje
Het Europees Parlement, –   onder verwijzing zijn resolutie van 10 februari 2010 over de situatie in Jemen(1), –   gezien het VN‑verdrag inzake de rechten van het kind en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Jemen partij is, –   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de afschaffing van de doodstraf, in het bijzonder die van 7 oktober 2010 over werelddag tegen de doodstraf(2), –   onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 december 2010 over het jaarverslag inzake de situatie van de mensenrechten in de wereld 2009 en het mensenrechtenbeleid van de EU(3), –   gezien het strategiedocument van de Europese Gemeenschap voor Jemen voor de periode 2007‑2013, –   gezien resolutie 62/149 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) van 22 december 2010, waarin wordt aangedrongen op een moratorium op de toepassing van de doodstraf, resolutie 62/149 van de AVVN van 18 december 2007 over een moratorium op de toepassing van de doodstraf en resolutie 63/168 van de AVVN van 18 december 2008, waarin wordt aangedrongen op de tenuitvoerlegging van resolutie 62/149, –   gezien de verklaring van Alexandrië van 2008, waarin de regeringen van de landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) wordt gevraagd een moratorium op de voltrekking van doodvonnissen in te stellen als eerste stap in de richting van de afschaffing van de doodstraf, –   gezien de herziene en bijgewerkte versie van de EU‑richtsnoeren inzake de doodstraf, die de Raad op 16 juni 2008 heeft goedgekeurd, –   gelet op artikel 122, lid 5, van zijn Reglement, A. overwegende dat Muhammed Taher Thabet Samoum in september 2001 ter dood werd veroordeeld door de rechtbank voor strafzaken van Ibb voor een moord die hij gepleegd zou hebben in 1999, toen hij vermoedelijk nog geen 18 jaar oud was; dat de voltrekking van het vonnis wegens het ontbreken van een geboortebewijs in mei 2005 door een hof van beroep werd opgeschort, maar door de Hoge Raad in april 2010 werd bevestigd en daarna door de president van Jemen werd bekrachtigd; dat de terechtstelling van Muhammed Taher Thabet Samoum oorspronkelijk voor 12 januari 2011 was gepland, maar dat de Jemenitische procureur-generaal hem tijdelijk respijt heeft verleend, B.  overwegende dat Fuad Ahmed Ali Abdulla ter dood werd veroordeeld voor een moord die hij gepleegd zou hebben toen hij nog geen 18 jaar oud was, hoewel deze hypothese door de rechtbank verworpen werd; dat zijn terechtstelling, die voor 19 december 2010 was gepland, werd uitgesteld na stappen van de internationale gemeenschap, met name de Europese Unie, en zijn advocaat, C. overwegende dat de doodstraf de meest wrede, onmenselijke en onterende bestraffing is, een bestraffing die een schending vormt van het recht op leven zoals neergelegd in de Universele verklaring van de rechten van de mens, D. overwegende dat Jemen partij is bij het VN‑verdrag inzake de rechten van het kind en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, die beide uitdrukkelijk bepalen dat het terechtstellen van personen voor misdaden die zij begaan hebben toen zij nog geen 18 jaar oud waren, verboden is, en dat het opleggen van de doodstraf aan minderjarige delinquenten ook uitdrukkelijk verboden wordt door artikel 31 van het Jemenitische wetboek van strafrecht, E.  overwegende dat er in 2010 in Jemen tientallen doodvonnissen zijn voltrokken; dat er volgens berichten van mensenrechtenorganisaties in Jemen honderden gevangenen in dodencellen zitten, F.  overwegende dat Jemen niet over passende middelen beschikt voor het vaststellen van de leeftijd van beklaagden die niet in het bezit zijn van een geboortebewijs, en evenmin over de nodige forensische faciliteiten en medewerkers, G . overwegende dat er ernstige verontrusting bestaat over de ontwikkelingen in Jemen op het gebied van democratie, mensenrechten en onafhankelijke rechtspraak; dat er gevallen zijn geweest van vervolging van journalisten en mensenrechtenactivisten; dat met name vrouwen het moeilijk hebben, met steeds minder toegang tot onderwijs en een gebrek aan actieve deelname aan het politieke leven, H. overwegende dat de Europese Unie met grote inzet ijvert voor afschaffing van de doodstraf overal ter wereld en de universele instemming met dit beginsel nastreeft, I.   overwegende dat er volgens de berichten in 2010 nog slechts één land een minderjarige delinquent terecht heeft gesteld, terwijl er dat in 2009 nog drie waren; dat Jemen aanzienlijke vorderingen heeft geboekt in de richting van een verbod op doodvonnissen tegen minderjarige delinquenten; dat er op grond daarvan gerede hoop bestaat dat de terechtstelling van minderjarige delinquenten spoedig in de hele wereld bij de wet en in de praktijk verboden zal zijn, 1.  veroordeelt alle terechtstellingen waar dan ook ter wereld en benadrukt eens temeer dat de afschaffing van de doodstraf bijdraagt tot de menselijke waardigheid en de gestage ontwikkeling van de mensenrechten; 2.  verzoekt de president van Jemen en de Jemenitische autoriteiten de terechtstelling van Muhammed Taher Thabet Samoum tegen te houden en verzoekt de autoriteiten de tegen Muhammed Taher Thabet Samoum en Fuad Ahmed Ali Abdulla uitgesproken doodvonnissen om te zetten; 3.  verzoekt de regering van Jemen een einde te maken aan het terechtstellen van personen wegens misdaden die zij vermoedelijk gepleegd hebben toen zij nog geen 18 jaar oud waren, aangezien een dergelijke straf in strijd is met zowel de Jemenitische wetgeving als de verplichtingen die krachtens internationale mensenrechtenverdragen op Jemen rusten; 4.  verzoekt de Jemenitische autoriteiten zich te houden aan artikel 31 van het wetboek van strafrecht, waarin bepaald wordt dat andere straffen dan de doodstraf moeten worden opgelegd voor misdaden bedreven door personen van minder dan 18 jaar; 5.  verzoekt de Jemenitische autoriteiten met klem zich te houden aan de internationaal erkende rechtswaarborgen voor minderjarigen, zoals het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het VN‑Verdrag inzake de rechten van het kind; 6.  verzoekt de Jemenitische autoriteiten algemene geboorteregistratie in te voeren en te zorgen voor betere mechanismes voor het vaststellen van de leeftijd van beklaagden die niet in het bezit zijn van een geboortebewijs; 7.  benadrukt de noodzaak van de hervormingen in Jemen waarop zo vele betogers in de straten hebben aangedrongen, ten einde ervoor te zorgen dat de levensomstandigheden van de bevolking beter worden, dat vrije en eerlijke verkiezingen worden gewaarborgd en dat de mensenrechten geëerbiedigd worden, met name de vrije media, het recht op een eerlijk proces en de gelijke behandeling van mannen en vrouwen; 8.  verzoekt de Raad en de Commissie om, vooral na de oprichting van de Europese dienst voor extern optreden, snel een gecoördineerde en alomvattende aanpak van de EU ten aanzien van Jemen ten uitvoer te leggen; 9.  verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Vicevoorzitter van de Commissie/Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de EDEO, de regeringen en parlementen van de lidstaten van de EU, de secretaris-generaal van de VN, de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN, de regeringen van de VN‑lidstaten en de regering en de president van de Republiek Jemen.