Brussel is een museum rijker, maar niet iedereen is even blij met het Huis van de Europese Geschiedenis. Want voor de een is het EU-propaganda terwijl voorstanders wijzen op het educatieve doel van het laten zien van de gezamenlijke Europese erfenis. En dan is er nog de kwestie van de kosten: maar liefst 56 miljoen.
„Het is de schaamte
voorbij, een pathetische vorm van propaganda”, briest
PVV-Europarlementariër Olaf Stuger. Zelfs het pro-Europese D66 is geen
voorstander van het museum. „Een parlement hoort geen museum te
financieren”, stelt D66-Europarlementariër Marietje Schaake.
Hoe dan
ook, Brussel heeft er weer een museum bij. Vanaf zaterdag kunnen
bezoekers gratis terecht in het zogeheten Eastmangebouw, een voormalige
tandheelkundige kliniek. Het museum ligt in het Leopoldpark op een
steenworp afstand van het Europees Parlement.
Woensdag mocht de pers
alvast een kijkje komen nemen en het moet gezegd: het ziet er allemaal
gelikt uit. Bezoekers kunnen met een tabloid in de hand in een van de 24
officiële talen van de EU uitleg krijgen over de expositie. Over zes
verdiepingen zijn duizend objecten uit tweehonderd musea bij elkaar
gebracht. Daarbij wordt de Europese geschiedenis ruim genomen: het
varieert van een kruik uit de oudheid, naar het wetboek van Napoleon tot
een stembiljet van het Brexit-referendum van vorig jaar.
Maar de nadruk ligt op de met bloed doordrenkte 20e eeuw van Europa. Na twee verwoestende wereldoorlogen en de verschrikkingen van de Holocaust kwam het Europese project van de grond wat resulteerde in de EU zoals we die nu kennen. „We kennen nu zeventig jaar van vrede en veiligheid”, zegt de voorzitter van het Europees Parlement Antonio Tajani. „Mijn kinderen kennen onze erfenis niet echt. Laat dit een plek zijn waar over Europa gediscussieerd kan worden.”